Parlementaire redevoeringen - pagina 560
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
558
deze, van het cardinale verschil tusschen socialisten en liberalen.
Laat
verband hiermede nog een woord aanhalen, dat te lezen stond het Utrechtsch Dagblad van October 1901, dat geen radicaal blad Daar staat: „Tusschen liberalen en socialisten ligt bij eenheid van
ik in in is.
levensbeschouwing slechts eene nuance van zacht rosé tot vurig Hoe kan men dan, waar liberalen zelven zoo spraken en purper". schreven,
minachting jegens tegenstanders open-
mij toedichten, dat ik
wanneer ik op den samenhang tusschen beiden wijs? Evenwel, Mijnheer de Voorzitter, een ernstiger woord is over deze quaestie gesproken door den geachten afgevaardigde uit Leiden, den baar,
Van der Vlugt; en zoo
heer
volzin, die uit
mijn pen
is
ik
voldaan
ooit
gevloeid, dan
is
ben geweest over een
het wel over dezen.
Want
had ik dien niet neergescheven, dan zou de Kamer het keurig pleidooi hebben gemist, door dien geachte afgevaardigde geleverd. Ik wil al De heer Van der Vlugt aanstonds beginnen met hem te ontlasten. was blijkbaar bezorgd, dat mijn geachte ambtgenoot van Finantiën toch
geëxponeerd was, doordat ik hem zijn naam had laten zetten onder een stuk, waarin de door hem behandelde passage voorkwam. Blijkbaar was hij evenzeer bezorgd over de wijze, waarop wij deze porceleinkast hanteeren en waarover er tusschen anti-revolutionairen en eigenlijk
Katholieken wel eens harde woorden konden
Die bezorgdheid
vallen.
den geachten afgevaardigde terstond ontnemen. De heer Van der Vlugt heeft zijn rede laten culmineeren in een volzin van Cathrein, waarin deze zich uitspreekt over den plicht, ook van de Chris-
wil ik echter
tenen, laten
om, wanneer
opkomen naar
zij
redeneeren,
die
die regelen, die reeds
redeneeringen folgerichtig
te
door de Grieken en Romeinen de werken van Aristoteles zich
zijn en die voornamelijk in hebben geconcentreerd. Die uitspraak van Cathrein, Mijnheer de Voorzitter, ben ik bereid den geachten spreker met mijn naam er onder uit te reiken. Daarmede vervalt dus zijn geheele opzet, dat met verwijzing
ons gegeven
naar
dit citaat
Vraagt niet alleen
men
concludeerde.
evenwel, hoe het dan
te
— toch dat — desniettegenstaande
verklaren
een kundig, maar ook een geleerd
man
is,
hij
met deze opmerking hier kwam en meende, dat hier eene klove gaapte, dan wil ik wel trachten, dat te verklaren. De geachte afgevaardigde heeft geoordeeld, dat de Christenen hetgeen door ons geleeraard wordt van hun zijde zouden opvatten op de wijze, waarop dat geschiedde door de oude Anabaptisten en door vele der Methodisten van tegenwoordig,
dat
wil
Christendom zou zijn als een daarmede nooit vermengt. De Doo-
zeggen zoo, alsof het
olievlek op de wateren,
die
zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's