Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 216

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 216

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

2o8

Afd.

Hfst

2.

III.

hoc processu,

idque

credendas;

BARTHOLOMAEUS KECKERMANN.

§ 76.

primo hominem

ut

ducat

ad

audiendas vel legendas has conclusiones, secundo ut homini perhos

suadeat,

Dei post

quos

libros,

nee

scripti sunt,

esse

legit,

aliter res

apprehensionem eius

et

intelligat

;

illos,

gestas

ut

dirigat,

denique ut affectum hunc

qui velut digito ipsius

quam

ibi

audiat vel legat;

terminos Theologicos

eo excitet, quo fidat sese

in

eorum Individuorum numero, ad quem hae tales conclu-

esse in

siones pertineant" (p. 47, 48).

Een keurige Spiritus uit

omschrijving, gelijk

men

ziet,

van het testimonium

waardoor dan straks de afleiding van gevolgen

Sancti,

principia door theologische studie mogelijk wordt.

deze

verband

hiermee

geeft

dan ook

hij

In

toe, dat eigenlijke philoso-

phische studie voor de gemeene godzaligheid der geloovigen zeer

wel kan „Sine

worden

gemist

theoloog kan

zijn,

Philosophia

Theologum

posse pernego"

(p.

ja,

dat

men

zelfs in

aliquem

concesserim

sed

fieri,

;

zekeren zin ook

zonder aan philosophie te hebben gedaan. posse

quomodocunque

bonum, commodum aut praestantem

35).

Veleer

is

fieri

de studie der philosophie noodig

en nuttig, niet enkel omdat ze in de Logica de kunst van rede-

neeren

leert,

maar ook

positief,

in

zooverre ze ons

biedt, en

kennen en liefhebben, ons kennisse van onszelven regel

rechtschapenen levens

brengt des

(p.

27

God

47).

leert

den

Hij heeft

daarom ook weinig op met de philosophie van Ramus, die op verre na de diepte niet heeft van de philosophie van Aristoteles. wiens dwalingen we wel niet moeten overnemen, maar wiens lijnen toch in

wat den

den regel zuiver getrokken

strijd

betreft,

die

zijn (p.

422

male.

Ze kunnen

niet

En

volgens veler meening tusschen de

philosophie en de Theologie bestaat, dezen ontkent

zich elk

v.v.).

strijden,

hij

ten eenen-

omdat ze beide dona Dei

zijn,

op eigen terrein bewegen, uit één bron vloeien, en zich

soms zulk een strijd te bestaan, dan ligt dit daaraan, dat voor philosophie wordt uitgegeven, wat geen philosophie is, of voor Theologie, wat niet rechtstreeks uit Gods Woord is afgeleid; of ook dat de distinctio wordt voorbijgezien, die voor het recht verstand èn van wat de richten

tot

een

zelfde subject.

Schijnt

philosophie beweert, èn van wat de Theologie poneert, vereischt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 216

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's