Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 104

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 104

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

q6

Hfst. III. § 51.

2.

DE SCHOLASTIEK.

stand van zaken konden slechts twee soorten van werken

dien

op encyclopaedisch terrein treden; ten eerste de geschriften, die een leiddraad boden voor kerkelijke opleiding, en ten andere groote

collectanea,

saamgevoegd. voorhanden

maar

En

in

zekere orde was

wel beproefde Vincentius,

dezen schat van

waarin

kennis

in

een

allerlei

kennis

kader

theologisch

te

organiseeren,

poging mislukte en liep uit op een theologiseeren van

zijn

de profane wetenschappen,

d.

i.

zelfstandige studie.

ologie als

op een vernietiging van de TheZoodra echter het denkbeeld van

men voor een

de schola Theologiae opkwam, stond

geheel andere

orde van zaken. Vooral het terugvinden van de belangrijkste geschriften van Aristoteles gaf hier den stoot toe. Zoolang men toch van Aristoteles weinig meer ter beschikking had, dan het-

geen die

in

commentaren over enkele

Bcëthius'

op het

terrein

zijner geschriften,

der logica thuishooren, te vinden was, ver-

keerde

men onder den

schier

uitsluitend

indruk, dat de studiën der oude philosophen

formeele

beteekenis

hadden;

liet

ze voor de

formeele vorming dienst doen; en had geen vermoeden, dat er in

deze

studiën

een materieele wereldbeschouwing school,

ook

die antithetisch tegen de Christelijke overstond. Wel wist men van de heidensche mythologieën en had een vaag begrip van enkele wijsgeerige stelsels, maar men schoof beide als ongerijmd op zij.

Maar

heel anders

werd

dit,

toen

men

in

de i3 c eeuw ook de

Physica, de Metaphysica, de Psychologia en de Ethica van Aristoteles,

eerst

door de Arabische geleerden, en straks door recht-

Toch toen wierd het voor den genialen Christen duidelijk, dat er nog een geheel veld voor het denken openlag, dat verwant was aan de problemen, waarvoor het Christendom een oplossing bood, maar dat door Aristoteles streeksche vertalingen, kennen leerde.

reeds veel verder en dieper ontgonnen was, dan de Christelijke

theologen het dusver beproefd hadden. Dit prikkelde de nieuwsgierigheid; overblufte de Middeleeuwsche denkers, die in Aristoteles

hun meerdere voelden; en deed met noodzakelijkheid de vraag rijzen,

in

welke verhouding het aan het

van Aristoteles

tot het

licht

gekomen systema

systema van de Christelijke

Reeds hierdoor verbreedde

religie stond.

zich het vergezicht der studiën derwijs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 104

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's