Parlementaire redevoeringen - pagina 278
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
276
geen bezwaar blijkt op laten overbrengen.
dit
leveren,
te
besmette goed
het
daarheen
kunnen
Wat
met het citaat, in de Beantwoording voorkomende, Zoodra terug te nemen. Memorie van de schrijver zelf van een stuk mij de verzekering geeft, dat de uithet woningbesluit betreft, begin ik gaarne,
woorden gegeven, tegen
legging, aan zijn vrijheid,
uitlegging
die
bedoeling
zijn
Wat de zaak
handhaven.
te
vind ik geen
is,
zelf
betreft,
wil
op den voorgrond stellen, dat ik reeds als lid der Kamer, bij de behandeling van de wet, niet alleen was voor verscherping der bepalingen, maar dat ik ook in den korten tijd, dat ik aan het Departement
ik
van Binnenlandsche Zaken
Het
ben.
versterkt
zaak heb kunnen nagaan,
die
mijn over-
in
deze krachtig gehandeld en doorgetast moet worden, nog
tuiging, dat in
mij gebleken, dat niet alleen in het belang
is
van
de stoffelijke welvaart, maar ook van de bevordering van het zedelijk
met kracht en met ernst moet doorgetast worden. Uit het onderzoek van den woningnood en het nagaan van de ruimten, waarover men in de woningen beschikt, is gebleken, dat leven
ons
in
vaderland,
gevallen voorkomen,
herhaaldelijk
er
plaats
men
afzondering gedurende
voor
is
verneemt,
en broeders
dat
het
leeeftijd
den nacht doorbrengen,
slaapplaats
geen beschikbare
jaren,
moet worden,
van 20 jaren en ouder
zal
Wanneer
de nachtelijke uren.
veelal geconstateerd
op den
zelfs
tot
voor ongehuwde mannelijke
dat
ook van meerdere
en vrouwelijke personen,
men
dat zusters in dezelfde
toegeven, dat die toestand,
Men
de vermeerdering der bevolking, niet kan blijven bestaan.
bij
ook
hoeft er dan
Kabinet,
dit
Ik
wil
te
te twijfelen,
is
be-
de ernstige toeleg van
gaan.
gaarne erkennen,
Voorloopig Verslag
van
of het
de ondervanging van den woningnood met ernst
zake
in
en kracht door
aan
niet
tot
waar
dat,
ik reeds
door het lezen van het
de overtuiging gekomen
was,
dat
althans
de
20 van het woningbesluit zoo ruim en mild mogelijk moeten worden toegepast, de discussie van hedenmorgen mij nog
bepaling zal
meer
de
tot
wenschelijk ding
overtuiging
vaste
niet alleen te
is,
toegezegd
de practijk alle
art.
en
is,
blijkt
tot
gebracht
doen wat
in
wijziging van
op moeilijkheden
reden bestaat, de practijk
heeft,
dat
het
metterdaad
de Memorie van Beantwoorart,
20,
te stuiten,
zelfs niet af te
wanneer
over
te
dit
artikel in
gaan, maar dat er
wachten en onmiddellijk
het artikel te wijzigen,
Intusschen dien
ik
aan
mag de
bepalingen van
ik
hiermede nog
Kamer mede art,
20 voor
te
te
niet
deelen,
stellen.
van de zaak afstappen, maar wat mij genoopt heeft, de De woning- en gezondheids-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's