Parlementaire redevoeringen - pagina 432
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
430
moet met hem afgerekend worden, opdat hij vrij uitga en wij vrij blijven en geen voortdurende band ontsta. Door den heer Helsdingen is het denkbeeld geopperd, het pensioen op het 65ste jaar ingaat. Ik heb eens Voorzitter, dit denkbeeld uittevoeren aan mijn Departement; doch toen ik aan een van degenen, die daar dienen, zeide: het wordt toch tijd, dat gij langzamerhand wat rust gaat nemen, antwoordde de man mij: „Als het u belieft niet; als ik gepensioneerd word, krijg ik maar zooveel en ik kan mijn heele traktement best gebruiken; ik ben ook nog sterk en gezond en kan nog alles doen." En toen ik hem daarop antwoordde, dat hij toch ook eens voor anderen plaats moest maken, zeide hij: „Dat is hun zaak en niet de mijne". Men moet dus niet denken, dat men door pensioneering op öSjarigen zóó
stellen,
te
leeftijd
dat
steeds
het
Mijnheer de
getracht,
alle
menschen gelukkig en tevreden maakt.
wordt het belang van die quaestie geringer, wanneer de thans ontworpen regeling wordt gevolgd. Vroeger was het van belang voor de lagere ambtenaren, dat iemand, die tot zijn maximum geklommen Intusschen
was, niet lang bleef; elk
jaar, dat
bleef zitten,
hij
ontroofd aan de mindere ambtenaren, die
van den pot hoopten
van tegenwoordige invoering
de
thans
dat
komen,
wel
een
regeling,
dienst
zou
schrijven op 65jarigen
toepassen
op
maar minder gemakkelijk
reeds in dienst
Ten
te
gemakkelijk
ontworpen
het,
leeftijd,
dat
als
maar of men aan het doen met voor allen
ambtenaren, is
beschouwde men
heengaan elk een deel dat vervallen door de
zijn
Gedeeltelijk zal
krijgen.
personeel
pensioneering voor
kan
te
bij
te
betwijfel ik.
die
nieuw
doen
op
Men
in dienst
hen,
die
zijn.
is een woord gesproken door den heer ook naar mijn gevoelen overweging verdient. De kleeding moet, voor een uitgaanden bode althans, die min of meer het Departement
opzichte van de kleeding
Passtoors, dat
representeert,
net
en
fatsoenlijk
zijn.
En
het valt niet te ontkennen,
wanneer minder deugdelijke stof voor de kleeding wordt genomen, dit toch duurder uitkomt dan wanneer in eens goede stof wordt aangeschaft. Maar heel dikwijls hebben de menschen niet het geld voor goed materiaal; gaat men dit toch voorschrijven, dan ontneemt men hun een zeker deel van hun inkomen, dat voor hen niet onverschillig is. Dit heeft dan ook wel eens tengevolge, dat boden zich in het publiek vertoonen in eene kleedij, die niet geheel conform de eischen is. En wanneer de man zegt: ik kan vrouw en kinderen toch niet doen lijden terwille van een nieuwen rok, dan kan men zulk een antwoord ook niet geheel onredelijk achten. De vraag werd daarom door den dat,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's