Parlementaire redevoeringen - pagina 148
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901—1902.
146
Kamer voor
—
dit zou naar mijn overtuiging een de geachte afgevaardigde wees er reeds op^ hoe de vorige Minister van Koloniën ervaren heeft, in welke moeilijkheden men zich wikkelt, wanneer men zulk een ontwerp aan de Kamer
de
aan
maatregel
verkeerde
—
lezen,
te
zijn
;
maar daaromtrent aan de Kamer die mededeelingen te doen, die, in antwoord op de vragen, door den geachten afgevaardigde gesteld, zooveel licht aan de Kamer kunnen verschaffen als noodig is, om haar met kennis van zaken te laten oordeelen. Ik wensch dan aan de Kamer mede te deelen, dat de grondgedachte van die tijdelijke voorziening zal wezen terugkeer tot het Koninklijk Besluit van 29 Augustus 1883, evenwel niet om dit Koninklijk Besluit zonder meer eenvoudig weer van toepassing te vervoorlegt
,
de eerste plaats
In
klaren.
wijziging
deze
van 20 vakken,
brengen,
te
kwam dat
het voor, dat het beter was, daarin
het
vakken, dat
aantal
het
bij
besluit
1893 nader was bepaald en dat afweek van het aantal
Juli
29 Augustus 1883, ook in de Het ligt dus inderdaad in de tijdelijke voorziening werd opgenomen. bedoeling, de zes vakken, in het besluit van 1893 vastgesteld, ook in de
vastgesteld
verplicht
als
daarvoor
noodig,
overeenkomstig diploma's,
zal
het
vereischt
vermoedelijk
waren
van
te
alleen het Maleisch,
niet
noemt,
besluit
nemen, waarmede vanzelf is uitgesproken, maar ook het Javaansch, zooals men dat examenvak zal worden opgenomen. De studie, moeten berusten niet op een driejarigen, maar
voorziening op
tijdelijke
dat
het
in
besluit
om
dezelfde
tot
van 1883 op een tweejarigen cursus. het
blijven
examen
als
die,
te
worden
welke
in
het
toegelaten, besluit
De
zullen
van 1883
met deze kleine verandering, dat de wijziging, die later in het besluit van 1883 is aangebracht, en waarbij ook aan degenen, die den voorbereidenden cursus van de landbouwschool hadden gevolgd, vastgesteld,
toelating
examen werd
het
tot
Ook
verklaard.
is
verleend, ook thans van kracht wordt nog deze kleine afwijking van het besluit van 1883
dat de twee restringeerende bepalingen, aan het slot van art. 2 van het Koninklijk Besluit van 29 Augustus 1883 voorkomende, niet in de voorloopige regeling zullen worden gehandhaafd, ten einde meerdere speelruimte te hebben, indien het aantal van hen, die waarschijnlijk,
zich buitendien aanmelden, te klein
Hiermede
zijn,
vaardigde
heeft
nu reeds
te
stellen.
dat
van
Zij
geloof
gedaan,
ik,
mocht
beantwoord.
treden in het denkbeeld
waren
1893;
zij
niet
zijn.
de voornaamste vragen, die de geachte
bekend
vormden
in het
juist het
Het
om
ligt
niet in het
af-
voornemen,
candidaat-ambtenaren aan te
Kon. Besluit van 1883, noch in nieuwe beginsel en daarom zou
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's