Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 84
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
76
Hfst. III. § 46.
2.
tamquam
litteris sacris
van de
is
VAN
SEVILLA.
in origine generalis perfectaeque sapientiae
ubique reperis esse diffusam
nagalm
ISIDORUS
lib. I.
;
traditie der
c. 27.)
wat blijkbaar een
Iets
Grieksche vaderen, dat de groote
Grieksche wijsgeeren veel van hun wijsheid aan Mozes en Salomo
De
ontleend hebben. lijk.
Deze vat
roerende
in (lib.
c.
I.
Ethiek behandelt Cassiodorus niet afzonder-
meer practisch
hij
later
taal,
op het
33),
hoe
hart,
op, en drukt het zijn
alle studie tot niets nut,
wortelt in de vreeze des Heeren.
niet
opgemerkt,
dat
Hebraïsmen
in
Cassiodorus,
Hierbij
van de gewone. „Imprimis
uit
op
die
een soort heilige of
allerlei
cum ad
Regulas
.
.
eloquii
dat
.
.
mensuram"
(lib.
Hebraïsmen voor hem
I.
c.
15).
tegen
stonden;
het
iets
magis
toch
blijkt,
der
maar
als
van twee
een goddelijk
menschelijke taal over-
waarmee encyclopaedisch het wetenschappelijk kais opgeheven. Over het algemeen wordt
dualisme tusschen het Christelijke en Heidensche (de paga-
nitas)
coeli,
hem
door
uitroep
te
sancta
ïrinitas
cordibus fidelium patefacta resplenduit, et
quae honorem occupaverat alienum, a vero Domino
confutata discessit" 46.
absoluut genomen, zooals uitkomt in dezen
inaestimabilis pietas virtusque Creatoris, aperti sunt
,,0
:
paganitas,
^
Hieruit
divini
Theologie
der
rakter
eigenschappen
de
et
niet uit het verschil
verschillende menschelijke talen vloeiden,
taaieigen
Qua-
Expedit enim interdum
humanarum formulas dictionum
custodire
deze
.
quae
verborum puritas
igitur elocutionem latinarum, id est,
drigam Messii, omnimodis non sequaris praetermittere
punten afwijkt
intcllcctiim comviune7ii,
dicta sunt, trahere cupitis (quod absit), coelestium .
nog
igitur idiomata scripturae divinae nulla
praesumptione temeretis, ne
dissipetur
zoo ze
ten slotte
zij
geen Hebreeuwsch kende, de
die
de Latijnsche overzetting
grammatica verklaart,
goddelijke
monniken
keurig gebed overgaande
een
in
zelfs
(lib.
I.
16.)
c.
Isidonis van Scvilla.
IsiDORUS
VAN Sevilla (f
636) heeft in zijne Etymologiarum sive
Origiiium libri II de vrucht saamgevat van een vijftigjarige studie, die
vooraf in een breede reeks geschriften over speciale onder-
werpen van godgeleerden, geschiedkundigen, wijsgeerigen,
letter-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's