Parlementaire redevoeringen - pagina 605
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
TUBERCULOSE-BESTRIJDING.
605
De geachte afgevaardigde uit Enschedé, de de opmerking gemaakt, dat de statistiek van de sterfgevallen, ingedeeld naar de ziekten, die uit het door hem aange. haalde verslag te zijner kennis gekomen was, niet voldoet ook zelfs maar Mijnheer
de
Van
heer
Voorzitter!
Kol,
heeft
aan matige eischen en
heeft gevraagd,
of het niet goed ware, dat de Regeering ten deze het beter voorbeeld volgde, dat in andere landen is gegeven. Het zij mij vergund, daarop te antwoorden, dat reeds sedert hij
1900 metterdaad met die
statistiek
eene andere inrichting
in
maar conform de
is
gestuurd,
op een internationaal congres op voorstel van dr. Bertillon genomen zijn. Ik kan dus niet anders vermoeden, dan dat de geachte afgevaardigde eene oude sterftestatistiek in handen heeft gehad en daaruit heeft geciteerd. niet
willekeurig,
besluiten, die
De geachte afgevaardigde, de heer Roessingh, heeft gevraagd, hoe het nu stond met de ontsmettingsovens. Hij meende, er waren er nu twee. Ik kan ter correctie van zijn cijfers mededeelen, dat er nu acht zijn, die ter beschikking ook van de gemeentebesturen staan. En waar in dit debat nu en dan geventileerd is de opmerking, dat de bestrijding van besmettelijke ziekten schade had geleden door de gewijzigde methode, waarop de onteigening werd toegepast, zij het mij vergund, te verwijzen naar de opmerking van den heer Roessingh, die er zelf op gewezen hoe de methode, vroeger gevolgd, aanleiding gaf tot schandelijke van de zijde der gemeenten, die, om aan den ontsmettings-
heeft,
misbruiken
ontkomen, onteigening toepasten en zoodoende de gemeentekas spaarden, om de kas van het Rijk met de kosten te bezwaren. Dat ik daaraan een eind heb gemaakt, is eene goede daad geweest en de heer Borgesius had gelijk, toen hij zeide, te meenen, dat op het Deparplicht te
tement
reeds
standen
weg
het denkbeeld
nemen. opmerkingen deze
Na
de
wijze
teressante
standpunt daarbij
door
den
artikel wij,
Wij
is,
heer
en
hebben
zondere
de bij
soort,
Vóór Villemain vastgesteld,
kom
—
ik
Kamer een
de quaestie, die nu op hoogst
tot tijd
lang heeft beziggehouden.
dat wij in de tuberculose
Aalberse,
gegeven,
ook van de
dedigen
werd overwogen, de daaruit geboren mis-
te
wien
kunnen
ik
—
gelijk
dank zeg voor den
is
in-
Mijn
uitgesproken
steun, aan het
zien een vijand, en ik acht het plicht, dat
ons daartegen verweren en vervan dien vijand prikkelen en aanmoedigen. tuberculose te doen met een vijand van eene bij-
zijde der Regeering,
bestrijding
de die
zich onderscheidt van andere besmettelijke ziekten.
in
1865 het besmettelijk karakter der tuberculose had ziekte in haar algemeen bekende ver-
beschouwde men de
schijnselen als hereditair en ontzonk de
moed
ter bestrijding,
ook wegens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's