Parlementaire redevoeringen - pagina 532
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903
530
ongeduld van het kind, dat en komt
kijken, of het al
boontje er
haalt
uit
om
in
— 1904.
een bloempotje een boontje gelegd
opgekomen
en, als het
is,
zien hoever het al
te
is,
en
heeft,
nog
niets ziet, het
juist
daardoor den
groei belemmert. Immers mag toch wel terloops worden opgemerkt, dat, hoe langer men hier in discussiën als deze zijn tijd verliest, hoe
Departementen gewerkt wordt. Rekenen wij, om het nemen, dat wij hier gedurende 5 dagen 7 uur zijn en vermenigvuldigen wij dit met 8, dan begrijpt men, wat voor departeminder op
de
materialistisch
te
mentale kracht thans weder
te
loor gaat juist door te lang over de vor-
van de werkzaamheden op de Departementen te debatteeren. mij evenwel aangenaam, in dit opzicht toch geruststellende verzekeringen te kunnen geven, welke intusschen natuurlijk de linkerderingen
Het
om
bevredigen,
wantrouwend
Daarom
zijn.
te
zullen
niet
zijde niet
is
is
te
wat
zijn,
ik
daar het immers thans op haar weg ligt, maar toch om niet te goed van vertrouwen
zeggen
voor
ga
de
linkerzijde
wellicht
minder bestemd, voor zoover het althans de bedoeling van mijn spreken is, gerustheid te wekken.
Hoe wat
staat het namelijk
met het eerste deel van ons werkplan, voor
De
de sociale hervormingen ?
betreft
vrijmaking van het onderwijs
voor het middelbaar, en één voor het lager onderwijs. De wetsontwerpen rakende het hooger en het middelbaar onderwijs hebben de Kamer bereikt. Dat betreffende het lager onderwijs is zoover gereed, dat de verzending naar den Raad van State niet te lang, meer op zich zal laten wachten; in elk geval zal het dit zittingjaar zóó tijdig inkomen, dat het, als de Kamer nog in dit jaar kan afgehandeld worden. In zake de wil, desnoods drie
vereischt
en
loterijen strijding
Hoe
voor het
hooger,
één
hebben voorstellen de Kamer bereikt. Ter beis een wetsontwerp bij de Kamer ingekomen.
spel
het
op den voorgrond staande onderdeel der sociale hervorhet geestelijke, kan men niet zeggen, dat het Kabinet
betreft,
mora moet
in
het
één
van de drankzucht
Wat dus mingen
wetsontwerpen:
gesteld worden.
met de vordering van het tweede gedeelte, de Arbeidswet heb ik niet te spreken. Deze is van den Raad van State terug en er wordt thans de laatste hand aan gelegd; vermoedelijk zal zij nog vóór het eind van dit kalenderjaar de Kamer bereiken. Het wetsontwerp op het Arbeidscontract is eveneens van den Raad van State terug. Daarvoor wordt nu het nader rapport opgemaakt, zooals de heeren, die in de wetgeving thuis zijn, weten; dat ontwerp dient dan nog behoorlijk bezien te worden, maar staat
stoffelijke
het
is
in
het echter
belangen?
ieder
Over de
geval in de geboorte.
Ten
opzichte van
de ziektever-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's