Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 210

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 210

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

202

quae restant

Hfst. III.

2.

mentibus

in

2

duce poterant

i.

de philosofen multa non

intelligi,

met deze ware bestanddeelen vermengen

.

quae de suo affingunt; en

velerlei,

maar

natura",

et in

„ex his etiam quae natura agnoscunt";

ZACHARIAS URSINUS.

75.

§

3

vaak een geheel andere beteekenis onder, dan God gewild

Dat desniettemin deze Theologia is

te verklaren:

voor

en

dit leven;

2

philosofen,

al

hun nut hebben

hun uitspraken een getuigenis aan

blijven

.

God de wereld

de conscientie, waardoor

der

toch

leven,

heeft.

waarde behoudt,

naturalis hare

daaruit dat de vondsten

i.

niemand ten eeuwigen

ze

leiden

ze

schuiven ze aan de woorden

.

veroordeelt en tegelijk

zekere mate van een eerzaam leven onder de menschen in stand houdt.

467).

(p.

denkt er dan ook niet aan, ten bate van het gezag

Ursinus

der H. Schrift, eenig steunpunt in de philosophie te zoeken. der H. Schrift

autoriteit

dat

zij,

hem

koestert

niet

absoluut, en

den Christus

die persoonlijk niet tot

gezag der H. Schrift Zelfs

is

ziet

hij

zijn

helder

De in,

toegebracht, het

kunnen erkennen, maar moeten bestrijden.

geen oogenblik de hoop, dat deze bestrijding

hij

van het gezag der H.

nemen. Integendeel

Schrift af zal

hij

voor-

dat deze bestrijding steeds in heftigheid zal toenemen, en

spelt,

erkent dat

dit principieele

hun tegenstanders nooit

geschilpunt tusschen de Christenen en

maken, zoolang deze wereld

zal zijn uit te

staat.

Eerst Christus, als Hij ten oordeel wederkomt, zal ook in

dezen

strijd recht

spreken.

Want ook

al heeft

men met gematigde God is, en dat

tegenstanders te doen, die erkennen, dat er een

deze

God

geopenbaard

zich

heeft,

dan

blijft

de

strijd

vraag, waar deze goddelijke Openbaring te vinden

aanhouden. religio

Jesus

inter

En

ad judicandum

Christus,

quaestie,

(p.

426).

Juist

vivos

altoos

divinitus tradita

mortuos rediens, litem

et

daarom echter

waarmede de geheele Theologie

S. Scriptura

instinctu

sit illa

over de

nog

homines non ante conveniet, quam Dominus noster

istam dirimat"

de

over deze vraag nu: „quae

zij,

is

de fundamenteele

staat of valt, of

aan kunnen, en of metterdaad

conscripti

sint;

reden,

waarom

hi

libri

het voor hen, die

we op divino

Gods

eer bedoelen en op een vasten troost in leven en sterven bedacht zijn,

„digna consideratio

est,

unde nobis

constet,

sacram Scrip-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's