Parlementaire redevoeringen - pagina 663
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Kellners en Koetsiers.
661
mannen met hun vak zoo onbekend zijn, dat wij van hen niet het noodige zouden kunnen vernemen? Men zal gevoelen, dat men eene waaraan
enquête,
zooveel
oogenblik
vast
kan
is
en die eene zoo groote bevoegdheid
en dat dan eerst eene enquête van Rijkswege gerechtvaardigd is, wanneer blijkt, dat men langs andere paden niet achter den toestand kan komen. Ik geloof daarom, dat het standpunt, in de Memorie van Antwoord door mij ingenomen, het eenig juiste
en
elk
niet
geeft,
is,
De
den toestand
dat wij zullen zien, behoorlijk achter
n.1.
dat wij, als
wegen
instellen
dat niet gelukt, het denkbeeld
te
komen
van eene enquête over-
zullen.
Melchers
heer
Koninklijk
heeft
besproken
kortelijk
de
wijziging
in
het
vrouwen en kinderen op de steenfabrieken. Wat hij dienaangaande heeft medegedeeld is conform de feiten en ik heb daarop niets aan te merken. Hij heeft er echter bij gevraagd: Gij hebt accountants naar die fabrieken gezonden: is het uw bedoeling om, als gij merkt, dat de heeren niet genoeg winst maken, de bepalingen, die de gezondheid van de vrouwen en kinderen moeten dekken, weder in te trekken? Indien de geachte afgevaardigde dat meent, dan vergist hij zich omtrent de bedoeling, waarmede het onderzoek is ingesteld. De werkzaamheden aan de steenfabrieken aan den IJse! occupeeren mij zeer, omdat ik overwegen wil, of dergelijke maatregelen voor die steenfabrieken blijvend van kracht kunnen worden verklaard daarbij zijn niet alleen de belangen der steenfabrikanten maar ook die der werklieden betrokken, omdat deze bij opheffing van het Maar er zit nog iets achter. Als bedrijf zonder werk zouden zijn. men de steenfabrieken aan den Rijn, de Waal, de Maas en den IJsel vergelijkt, dan zal men zien, dat terecht geklaagd wordt over zekere achterlijkheid van het bedrijf bij de laatste. In verband daarmede was het van belang, te weten, of de bewering dier fabrikanten, dat zij met schade werken, juist was of niet. Op eene fabriek, waar ik kwam, zeide mij de eigenaar, dat hij dadelijk nadat het Koninklijk Besluit was Besluit
betrekkelijk
den
arbeid van
;
uitgevaardigd,
voerd
en
dat
een der punten eene nieuwe regeling had ingedaarmede onmiddellijk klaar was. Ik heb aan eene
omtrent hij
commissie van deskundigen opgedragen, zich
verzet tegen het
kleinheid van den IJselsteen de oorzaak aftrek
vindt,
te
aangezien
de
kleine
steen,
omdat
schijnt te zijn, dat
steen
omvang dadelijk muren van een dubbelen men andere, grootere soorten prefereert. alles,
onderzoeken, of de
vormen van een grooteren bij
IJselklei juist
de
deze minder
een gebouw van eenigen
steen noodig maakt,
waarom
met het oog op dit den geachten afgevaardigde willen vragen, of hij, wanneer ik iets Ik zou,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's