Nabij God te zijn - pagina 97
89
MIJNE OOGEN ZIJN BESTENDIGLIJK OP DEN HEERE,
Maar ook hierbij blijft het niet. Ongemerkt toch begint steeds meer ook uw zielsoog de klare werkelijkheid te ontdekken, dat uw God niet alleen woont in uw hart, maar ook in het uitwendige leven om u heen de overal tegenwoordige, de tige en de al voorziende
Zoo alles,
De echo,
begint bij
alles
toon, zijn
alles besturende, de
Werker
almach-
is.
een oog te krijgen voor een God die
ge
in
en door alles op u aandringt. diep
uit
uw
weerklank
uit
heel
die
Wat
roeping vervult.
hart opklimt, ontvangt zijn
het
leven,
waarin
ge
uw
vroeger in dat leven u aftrok en op
nu met wondere omarming u steeds meer naar uw God toe te trekken. En niet met redeneering, niet met uitgesproken gedachten, maar in de onmiddellijke gewaarwording van het zielsleven zelf, begint uw God u én inwendig én uitwendig schier zonder eind het oog voor zijn u
zelf terugwierp, begint
Majesteit te ontsluiten.
Zonde stoort dat dan weer. Het is zoo. Maar ook waakt nooit in uw hart de haat tegen uw eigen zonde sterker op, dan zoo ze telkens storend een wanklank werpt in het accoord
En
te
van
uw
breken met
levenspsalm.
uw
zonde,
om u weer
in aanbidding
verliezen, wordt dan de vanzelf
en zalige gemeenschap te opkomende aandrift in uw hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's