Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 130

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 130

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

ZITTING 1901

128

genomen

was,

staat

in

niet

doet,

— 1902.

de verplichting, die

Wanneer

had, te vervullen.

als

hij

Kamerlid op zich 36 van de

ik daar naast leg art.

wet op het lager onderwijs, hetwelk zegt, dat het hun (onderwijzers) op gelijke straf verboden is, ambten of bedieningen te bekleeden, en ik neem waar, dat de heer Ter Laan hier een ambt of bediening komt

den

bekleeden,

eed

of

de

belofte

afgelegd,

heeft

zich heeft laten in-

Kamerlid en het woord voert, dan zou ik worden gezegd, dat de heer Ter Laan iets doet, dat hij niet doen mag, omdat het hem in bovengenoemd artikel verboden is. Dat hij zich heeft laten benoemen, is op zich zelf niets, maar zoodra hij is opgetreden als lid van de Kamer, begon hij die Ik meen dus te mogen zeggen, dat de uitbediening te bekleeden. drukking van den heer Melchers, alsof de heer Ter Laan niet in staat was, de verplichting, die hij als Kamerlid heeft op zich genomen, te vervullen, mij niet kan raken, omdat de heer Ter Laan handelt in strijd met de wet en dus in delicio is. Ik zal verder de zaak van den heer Ter Laan niet bespreken. De heer Melchers heeft dit ook niet gedaan. De gevallen beslissing, die van avond of morgen zal afkomen, zal, zoo schrijven, hier verschijnt als

eer vragen, of niet kan

een

of

hij

deze

mede-afgevaardigden

zijner

kunnen geven

eene

tot

nog

beslissing

interpellatie,

niet in staat

wenschelijk acht, aanleiding

dit

maar

ik

van wijzen

is,

acht het niet goed,

nu

de zaak verder

be-

te

spreken.

De

vraag,

ontwerp

of,

wanneer

bij

de

Kamer

zal zijn

uitvoering van het voorschrift van

tot

ingekomen het wets96 der Grondwet,

art.

gevonden worden voorzieningen in de gevallen, maar een gemeenteambtenaar tot lid van de Staten-Generaal gekozen wordt, kan natuurlijk niet anders dan ontkennend beantwoord worden. Deze regeling zal zijn de organieke Maar wanneer men de regeling, bedoeld bij art. 96 der Grondwet. vraag anders stelt, bijv. aldus, of niet bovendien eene regeling kan worden voorgedragen, waarbij casu quo de positie van gemeente-ambtenaren geregeld wordt, dan antwoord ik, dat ik deze vraag zeer gaarne met mijn ambtgenooten zal overwegen en de uitkomsten daarvan naderhand aan de Kamer zal mededeelen. De geachte afgevaardigde uit Almelo, de heer Schaepman, heeft mij

daarin

tevens

waarin

niet

eenigszins cijfer

men ook in

van het

zullen

een

Rijks-

ongerust gemaakt. 600,

genoemd

vergelijkt

met

heeft mij namelijk gevraagd, of het

Hij

in art 24, art.

vijfde

SAbis, sub

op de bijzondere school, en art. 54^15, wat de onderwijzers

in

lid,

4".,

al

der Schoolwet, wanneer

dan

niet toepasselijk is

de tweede plaats of de bepalingen

betreft,

alleen bedoelen klasse-onder-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 130

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's