Parlementaire redevoeringen - pagina 353
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
INTERPELLATIÊN-MEES EN TROELSTRA. controle
351
Een rijksveldwachter zag aan de geheimzinnige
uitoefende.
dat er iets niet pluis was, en zoodra hij er waarop zich heen bewoog, werd er van twee kanten geroepen: verraad, politie! Dat bracht den rijksveldwachter nog meer tot de overtuiging, dat er iets niet in den haak was. Hij gaf daarop aan den stationschef van het wijze,
toeging,
dat
gebeurde
komen
De chef hem gevraagd:
kennis.
en
conducteur zeide
heeft
„hebt
Leeuwarden?"
uit
ambtenaar
dien
een
brief
en toen de rijksveldwachter er
„neen",
overtuigde, dat
loog, zeide hij:
hij
toen
bij
zich laten
met den Die ambtenaar loog dat eenvoudig en gij
„ja,
ik
bij
ontvangen
kwam
en
hem
over-
heb een brief ontvangen?"
geen heil vindende, heeft die ambtenaar toen eene tweede, want toen de chef vroeg, waar die brief was, antwoordde hij: „ik heb hem vernietigd." Toen echter de chef en de rijksveldwachter er op insisteerden, haalde hij den brief uit den zak, zonder dat er een scheur in was. De chef heeft er toen met de
In
zijn
eerste
leugen
gezocht
heil
in
hem over gesproken en hem en toen gaf
gebracht,
hij
zelf
het ernstige van zijn fout onder het
oog
den brief aan den stationschef over. De justitie met het gebeurde
rijksveldwachter heeft daarop den officier van
kennis
in
hij
is
justitie
In
gesteld,
De
gelegd.
brief
en deze heeft op den
brief in
naam der wet
ten laatste, op last van dien ambtenaar, door den weder aan den geadresseerde ter hand gesteld.
de
gesteld,
laatste plaats heeft
of
zij
niet
beslag
toen naar den procureur-generaal opgezonden en
is
officier
van
de interpellant aan de Regeering de vraag
de Strafwetnovelle
tijdelijk
zou kunnen terugnemen,
van de uitkomst van het onderzoek der enquête-commissie, Daarover is door u, definitief erover te beslissen. Mijnheer de Voorzitter, reeds opgemerkt, dat dit niet zoo kan. En metterdaad zou het ook m. i. geheel ongepast en onbetamelijk zijn, indien de Regeering, die wetsontwerpen bij de Kamer indient en van die Kamer verwacht een Voorloopig Verslag, waarin uit den boezem
in afwachting
om
eerst
later
denkbeelden aan de hand zullen worden gedaan, maar dan geadstrueerd met de argumenten, die door eene Commissie van Rapporteurs behoorlijk zijn toegelicht, harerzijds meende, nu reeds
der
Kamer
allerlei
meening daarover te mogen zeggen. De dan ook, wanneer hij meent, dat, indien de Kamer hem toestaat eene interpellatie te houden, de Regeering verVerplicht daartoe plicht zou zijn, op elk zijner vragen te antwoorden. bij
eene
interpellatie
interpellant
vergist
haar
zich
de Regeering alleen, indien de Kamer zelf inlichtingen vraagt, maar een algemeen verlof tot eene zekere interpellatie, waarbij het onderwerp zeer vaag en ruim is gesteld, involveert in het minst niet de verplichting is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's