Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 125
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
sibilo
NICOLAAS DE CLÉMANGES.
Hfst. III. § 58.
2.
I
1
7
ac subsannatione irrideant, quasi sint majoris ponderis, quae
humanae imaginationis adinvenit" (p. 476^). Daarom moet de Theologia affectiva bij de Theologia speculativa komen. „lila est vera scientia, quae Theologum decet, quamque. phantasia
omnis debet Theologus expetere, quae non modo
intellecttim instruat,
sed infundat simul atque imbuat affectum"
476^). Alle weten-
(p.
koud
schap, die alleen het verstand verrijkt en het affect
voedsel voor ijdele eerzucht, een lamp zonder
olie,
die de
laat, is
„dwaze
maagden" ten slotte buiten het Koninkrijk Gods laat staan (47 -ja). Daarom moet een goed theoloog door de gestadige lezing der H. Schrift zichzelf bewerken laten, opdat de realiteit zijner Theologie in zijn eigen persoon uitkome. Zijn streven moet dan ook zijn. meer in positieven zin
bestrijding
de waarheid
te
doen
dan slechts op de
schitteren,
van andersdenkenden bedacht
te zijn. Positieve kennis
meer kracht dan veel polemiek. „ Bonum quidem est insurerrores falce argumentationum resecare, sed melius et salubrius esset non esse errores melius esset homini bene valere, quam propt er plagam aut febrem necessarium habere medicum" oefent
gentes
.
(p.
De
479^).
Theologie
is
.
.
een wetenschap, die de schaapskooi
des Heeren dienen en haar voeden moet. „Nihil est aliud studium
Theologicum,
quaedam, ut
nisi
ita
dicam, Pastorum
.
.
.
officina
ex qua evocandi sunt atque eligendi qui artem norunt pastoriam, per
vacuis
ut
scientiam
praeficiantur
ovilibus"
(p.
479^).
Een
dan ook een onding.
om haarzelve bestudeeren zou, is hem Wie theologisch gevormd is, mag geen
anderen
dan
theoloog, die de Theologie
lust
de prediking sehola niet, te prediken,
videar
maar acht
is
kennis,
die
hij
verwierf,
door
toch, dat een ieder die geroepen wordt,
de schola daarvoor verlaten moet.
vocati sunt
veile
qui
residere,
vacuare,
non ad
animarum"
De Clémanges mag Hij
de
de Kerk te brengen. Hij veroordeelt daarom de
omni modo
libereque
darum
kennen, in
(p.
possunt
mams
illi
om
„Sed ne scholas in studio legere
aliquod officium erudien-
480a).
dus niet met Gerson op één
lijn
gesteld.
minder wetenschappelijk man dan man der Kerk; en de
wetenschap, althans de theologische, heeft voor beteekenis, dan
als
middel,
om
hem geen andere
degelijke predikers te vormen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's