Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 244

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 244

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

236

Hfst. III.

2.

.

zake bood. „Si verum dicendum

multaque cautione opus

sistimus.

quae valde sunt incerta

Non

licet.

zinsnede vormt

met een caput: de

die hij inleidt

in

sub-

utramque partem disputare

religione.

potest"

fieri

den overgang

zich

hij

initiis

ne scire nobis persuadeamus,

est,

de quibus

lentus in scientiis progressus

nisi

Met deze

et

adhuc

in primis

est,

tot

(p.

288).

de Theologie,

Nauwlijks echter

is hij

op

warmte begeeft

theologisch gebied overgetreden, of alle gloed en

hem, en men hoort een theoloog van professie spreken, maar die ratio Deum colend is met zijn hart. De religio is hem De grondslag nu van alle ware religio is hem de ratio.

geen theoloog (p. 288).

:

op

Hij zegt toch

289

blz.

„Religio naturalis ad praescriptum

:

sanae rationis formata fundamentum est omnis verae religionis, sit

tollat".

heeft, „ut

Ook

dus

religionem naturalem perficiat eiusque defectus

echter

zij

Immers

kelijk.

„religio revelata", die

religione naturali consentire debet", en ten tweede

„cum

de roeping

komt dan de

Daarbij

imperfecta."

vooreerst

licet

feitelijk

is

Van

289).

(p.

ratio afhan-

gaudere debet, ex quibus veritas eius

„certis notis

cognosci possit"

van het oordeel der

geen sprake, en opmerkelijk

errores het,

is

is in

de religio naturalis dus

hoe Mursinna het paganisme

naast het Christendom rangschikt onder de religiones, die volgens

hare aanhangers revelatae

zijn.

Hij zegt toch op blz. 293: „Quatuor

praecipue in orbe terrarum dominantur religiones, quarum cultores divina gloriantur revelatione'', en dan

noemt

deze vier

hij

in

deze

Mohammedana." Zoo wordt de Joodsche godsdienst als iets op zichzelf staand genomen ren voorbijgegane verschijning die met de Christelijke religie, wijl volgorde:

„Iudaica,

Gentilis,

Christiana et

;

eerst door lesus

Geheel

heeft.

uitwendig

hem opgevat

door ...

Nazarenus

instituit,

(quae)

rum

complectitur."

tim

e

notis

partim

eenigen

e

eius

(bl.

gesticht, als

wordt

299) als

zoodanig niets uitstaande

namelijk

de

„religio,

quam

et certos fidei articulos

Haar waarheid wil partim

internis,

documentis geestelijken

e

.

.

Christiana

lesus Nazarenus et

praecepta mo-

verdedigd zien „par-

libris

veteris

testamenti,

dignissimis" (p. 3o).

historicis

fide

factor

hierbij

is

.

hij

religio

geen

sprake.

\

an

Van de

Theologie, die deze religio Christiana te onderzoeken heeft, biedt

Mursinna ons zoomin een

definitie als

een organische indeeling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 244

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's