Parlementaire redevoeringen - pagina 373
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
STAKINGSWETTEN. erger
voorgesteld
is,
dan
zich
zij
371
Welnu, van
heeft toegedragen.
dit
geval werd bericht.
„Nauwelijks had
eenige passen op straat afgelegd, of een oorver-
hij
doovend hoera!
klonk
zooals
enz.,
uitzuiger
„Op
marsch:
socialisten,
monden, vermengd met uitdrukkingen ik het eerste vers van de socialistende
sluit
werden om den heer
rijen
mij
vele
uit
en hoorde
positie
zijne
alzoo
niet
en
opheffen
vertraagde
mijn
Weer
onmogelijk;
is
steenen
vallen,
pas.
Werkelijk
aanheffen.
de
gesloten en wel op eene wijze, die
deed benijden.
werd toegedonderd
afstand
rijen"
zag
Toen onder
te
geven
vuisten ik
al
hetgeen
hem
zag ik van op een
vliegen en onwillekeurig
was maakte mijnheer verschillende malen kennis met den muur, en toen ik, door nieuwsgierigheid gedreven, mij tusschen de stakers mengde, liep ik zoowaar ook een opstopper op, een, die ik voor geen f 10 meer weerom zou willen hebben. Werkelijk had ik een oogenblik met dit heerschap te doen, die er zoovele kreeg (die jongens hebben vereelte vuisten), maar toch dacht ik: je hebt het bepaald verdiend. Tot zijn stond de deur van eene smederij in geluk de Foeliestraat open en als eene kat liep hij er in; evenwel ging dit niet zoo gemakkelijk, want eerst maakte mijnheer nog eens kennis met de stoep, hij liep nog wat trappen en stompen op enz. enz. en eindelijk ging de deur der smederij op slot." ik
veel tumult de Foeliestraat
bereikt,
Mijnheer officieel
de
Voorzitter,
inkomen.
dat
zijn
En nu mag
toch
berichten,
gevraagd
die
de
bij
worden,
Regeering
hoe
zij
een
anderen indruk daardoor heeft kunnen ontvangen, dan dat metterdaad in zekere kringen van de werklieden een geest van ruwheid, een geest
van intimidatie, een geest van ergerlijk terrorisme heerscht. Dit was vroeger hier te lande niet zoo en het moest de Regeering wel nood-
kwaad
op te treden. Vraagt men nu, of de Regeering dan met het eerste artikel der Strafrechtnovelle de vakvereeniging niet ernstig aantast, dan wensch En dan zij ik daarover ook mijnerzijds een enkel woord te zeggen. zaken, tegen een dergelijk
er aan herinnerd, dat ik reeds tuiging
uitsprak,
dat
het
bij
ernstig
de jongste interpellatie
als
mijn over-
vereenigingsleven onder de werklieden moet
worden bevorderd en aangemoedigd. En ik versta dit voor mij in dien ernstigen zin, dat het ook mij een ideaal zou zijn, wanneer alle werklieden van eenzelfde vak, in eenzelfde plaats gevestigd, samen in ééne organisatie vereenigd waren.
Dan
eerst zou zulk eene organisatie eene
wezenlijke kracht kunnen uitoefenen; dan eerst zou
Maar
juist
de mogelijkheid
om
in
zij
een zegen
zijn.
ééne vakorganisatie de werklieden van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's