Nabij God te zijn - pagina 142
134
DEN NACHT OVERLEIDE IK IN MIJN HART.
IN
maar wel droomen doen. ieder heeft Niet dezelfde voor wat droomen. Ieder droomt naardat de inhoud van zijn verbeelding voor wat in die droomen aan ons geschiedt,
niet
wij in die
En
is.
weinig
hoe
Heiland
we ook
een
over
onze
drooinen heer en
toch ieder onzer, dat^ zoo ook onze
dit gevoelt
meester zyn,
droomleven gekend heeft,
dit
niet andei'S
dan
volmaakt heilig kan geweest zijn. In den nacht zelf kan men een droom niet anders maken dan
komt, maar wel kan uitzuivering van onze verbeelding
hij
en reiniging van onze gedachten op den duur onze droomen overleiden op onzondig terrein.
Maar
veel grooter
uiteraard onze verantwoordelijkheid
is
voor hetgeen onze geest doet in slapelooze nachturen.
Dan kan
onze geest óf in het nachtelijk donker de wereld binnenhalen, óf
zinnen en peinzen in heiligen zin.
Hij
kan ook willoos
en doelloos zich in ons omwentelen.
Maar wat onze
moet
geest dan in ons
doen,
heid de poort van het heilige ontsluiten, en
is
in de donker-
verkeeren met
een liooger wereld.
Al
is
het, dat ge
midden
uw
in
slaap slechts een kwartier
uw geest bezig En ook bij uw ontwaken moet uw weer aan uw God z^jn.
uur wakker wordt, dan kunt en moet ge nog doen
met uw God.
zijn
eerste gedachte „o,
God, Gij
Mijn God,
Zoo ras Bij
Voor
wie
't
't
U
wij
zijt
mijn toeverlaat.
zoek ik met verlangen, 't
morgenlicht ontvangen
krieken van den dageraad". zoo
verstaat,
is
de
slapelooze sluimer een
geestelijke goudmijn.
Er
zijn
er
niet
weinigen,
die
juist in zulke slapelooze
nachten, of ook in uren zonder slaap, geestelijk zoo wonder-
baar verrijkt
zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's