Honig uit den rotssteen - pagina 99
!
85 teeken van zijn verbond clra.-i<(t en versierd is met de kennisse van zijn heiligheden. Dus: van de geloovigen. Van hen, die onderwezen zijn in het Woord Bn van die zonde nu spreekt de Heilige Geest bij Jeremia, dat God de Heere ze aauteekent, niet op een lei, waarvan ieder ze kan iiitwisschen, noch op een blad papier, dat te versoheuren viel, maar dat Hij ze heeft ingegrift met „een ijzeren, griffie en met de punt eens dianiants." Dat wil dus zeggen, dat de Heere ze gegraveerd in iets, waar ze niet meer zijn uit te wisheeft in iets zeer hards schen, en waar ze als in een verzegeld „boek der gedachtenisse" onDat ze in graniet uitdelgbaar in staan. Het is derhalve alsof er stond voor Gods aangezicht gebeiteld staan. Voor Hem, van wien het in vers 10* heet: „Ik de Heere doorgrond het hart en proef de nieren, en dat om een iegelijk te vergelden naar zijn werken." En dat zelfs is nog niet al. Maar bovendien heeft God de Heere de zonde van zijn volk ook „gegraven in de' tafel van hunlieder het
;
:
hart"
d.
op
prent
hun consciëntie; in hun innerlijkst bewustzijn; gewanden van hun inwendigen mensch, op den bodem gemoed. Ook daar staat alles wat gij tegen de liefde Gods i.
in
de
van hun en de erbarming van den Heiland misdreeft en 't geen waar ge den Heiligen Geest meê bedroefd hebt, in de duidelijkste woorden, met klaar en leesbaar schrift, door Gods eigen vinger uitgegraven. En als gij er zoo'n hinder van hebt, dat de heugenis van uw zonde u geen rust laat, weet dan wel, dat zulks alleen daarvan komt, dat uw God het zoo haarfijn en zoo onuitsprekelijk duidelijk in uw consciëntie heeft ingegrift.
om
toch zeer klaar te doen uitkomen, dat de Heere de zonde volk als een moord aan zijn liefde beschouwt, heeft Hij het spoor er van als in bloedvlakken geteekend, door ook op de verborgen plaatsen en geheime plekken, waar ge uw zonden bedreven hebt, in vlammend schrift uw zonde u te doen toespreken. Daarom staat Ja,
van
zijn
Heere de zonde van Juda ook op de hoornen van gegraven." Die altaren toch stonden op de hoogten en onder allen groenen boom, en waren de plekken hunner gruwelijke afgodische boeleering, ver van hunnen God weg er
bij
:
„Dat
de
zijn altaren heeft
En waarom
doet de Heere dit nu aldus met zijn volk? Uit wat andere beweegreden, dan iiit den innerlijken drang zijner outfermingen ? ^^ aarom anders, dan naardien Hij zijn volk liefheeft? Want dit tast en doorziet ge toch te weten dat uw zonde als een onuitwisehbare bloedvlek op uw consciëntie blijft zitten, en ii „van den balk en den muur," gelijk Hosea zegt, verwijtend toespreekt, voor Gods echte kinderen toch wel het „veiligste baken op zee" is :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's