Heils termen - pagina 212
202
Want ook van de ver7). van de zelfvernietiging op liet oiiter des geloofs, staat het geschreven: „Ik zal ingaan tot Gods altaren, tot den God der blijdschap mijner verlieii ging!" (Psalm -tS 4). Dit weêrkeerig geboeid en verrukt, bezield en weggesleept worden door het eenig aanbiddelijke en volheerlijke in onzen God, ervaart en beseft hij alleen, die de liefdesopenbaring des Nieuwen Verbonds weet te ontsluiten, met den sleutel der kennisse, dien God in het komen
zullen op zijn altaar" (Jesaia 60
sterving,
:
ook
:
Oud Verbond
Niet de idee der liefde, niet het streven een liefdesbeeld, maar alleen de p e r s o o n 1 ij k e liefde des levenden Gods openbaart ons haar oneindige volheid. De Christus blijft u een onbegrepen raadsel, of wordt u de doorzichtigste openbaring, al naar ge tot Hem treedt met de roUe van Mozes of de rolle van Plato in de hand. der
liefde,
daartoe reikt.
noch
XI.
PERSOONLIJKE LIEFDE. Die niet
liefheeft,
want Godisliefde.
heeft
God 1
niet gekend,
Joan.
-*
:
8.
De liefde, die door het geslacht onzer eeuw den Almachtigen God wordt toegeschreven, verhoogt en verheft de goedertierenheid vnu den Eeuwige niet, maar verzwakt en verlaagt die. Geen toeval is in het spel, als men meer dan de Schrift over Gods „liefde" en minder dan de gewijde oorkonde over „Welbehagen en Ontferming" spreekt. Deze vervreemding van de taal des Bijbels hangt veeleer op het innigst met geheel den geest onzer eeuw saam. In de bestrijding van
Oud Verbond
vooral heeft die geestesrichting haar uitneuiendste ontwikkeld en juist aan dit ouder deel der Schrift kan dies het best haar karakter getoetst worden. Onze eeuw is in merg en been Heidensch en komt tegen het Israëlietisch levensbeginsel in steeds scherper verzet. Ze gedoogt nog wel een deel van den Christelijken vorm, ze dweept r'^g wel met Christelijke klanken, ze is nog wel tuk op het dragen a ii den Christennaam, maar toch brengt elke schrede voorwaarts, h;i;ir een schrede verder van het Christelijk terrein af. Haar beginselen, w;iarvan ze uitgaat, de gedragslijn die ze zich heeft afgebakend, de m;iatstaf, in de dien ze aanlegt, het doelwit dat ze zich voor oogen stelt, zijn heidensch e wijsbegeerte en niet aan de dwaashei' des kruises ontleend. Vnn danr haar buitensporige voorliefde voordenk-
het
krachten
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's