Practijk der godzaligheid - pagina 257
249
Wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken of waarmee ? Want al deze dingen zoeken de heidenen. U voegen kleeden zullen wij ons een Vader in de hemelen, en die hemelsche hebt gij ze niet, want dingen behoeft!" deze al gij dat Vader weet,
En
niet
zeg;
Wat
ze
Wel,
dan moesten doen?
als
moesten
:
kinderen in het groote huis van hunnen hemelschen Vader stil en ootnioedig vertrouwen even vrij en onbekommerd de leeuwrik die uit het veld opstijgt of de roos die bloeit
ze in
leven als in de dalen.
„Ik zeg u, het
leerde
dus
zei Jezus,
u anders,
—
als
maar
wilde
hij
ik zeg u
:
doen gevoelen zijt
de wereld
:
niet bezorgd voor
uw
drinken zult, noch voor uw lichaam, waarmee gii u kleeden zult. Ziet eens naar de vogelen des hemels. Die hun schuren en uw zaaien toch niet noch maaien noch verzamelen hemelsche Vader voedt ze toch. En nu dan? Zijt gij minder? Maar immers gij menschenkinderen gaat de vogelen des hemels zeer veel te Let eens op de boven. En wat zijt gij bezorgd voor uw kleeding En toch ook zij arbeiden niet en spinnen leliën des velds hoe ze wassen
wat
leven,
gij
eten of wat
gij
m
;
!
!
ik zeg u toch, dat Salomo in al zijn heerlijkheid niet zoo gekleed was als een van deze. Welnu dan, mijne vrienden, indien God dan zulk een lelietje, dat zich in het gras des velds verliest, dat heden is en morgen in den oven geworpen wordt, zoo heerlijk !" bekleedt, zal Hij u dan niet nog veel meer kleeden, gij kleingeloovigen En wat is nu de regel, dien Jezus uit deze heerlijke levensbeschouwing
niet,
en
prachtig
afleidt?
Immers, ge kent ze, die paradox waar heel ons aardsch bestaan tegen in verzet komt en die toch zoo teederlijk waar is: Bekreun u om deze dingen niet te zeer, zoek gij maar eerst het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid, en dan komt het overige vanzelf, en worden al deze !" dingen u toegeworpen, Hij geeft het zijn beminden als in den slaap o, Dat men toch de heilige kalmte van dat heerlijk woord niet verzwakke door er iets op af te dingen. Heel die uitlegging „dat Jezus natuurlijk slechts tegen te groote bezorgdheid, tegen ot^erbezorgdheid waarschuwt, dat we toch ook onze zorgen moeten hebben en dat :
ze klinkt bij dat is der huisgezinnen!" teedere woord van onzen Heiland als heiligschennis. Laat dat woord ongeschonden of het troost u niet meer! Leef gij in den wille Gods in en arbeid in dien wille, niet uit
luchthartigheid de ondergang
dwang, niet om spijze te verdienen, noch ook alsof uw levensonderhoud daarvan afhing, maar uitsluitend om Gods wil, alleen om Hem te dienen, geheel en eeniglijk uit lust aan zijn eer. Worde het leven u één liefdedienst, een ïiefdedienst die u nooit verdrieten zelfs om de nietigste taak een heilige glans speelt. zal en waarbij Zoek in alle dingen niet het uiterlijke, niet het zichtbare, niet den schijn, niet wat de wereld als haar doelwit kiest, maar wat aan de wettischen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's