Dat de genade particulier is - pagina 192
! :
182 in krankte bidden, en zelfs ten leste van het nemen van spijs afzien Dus moogt ge die schriklijke leer, dat God ons eindje bepaald heeft, Zeg zelf, mijn broeder, zoudt ge dien raasniet langer prediken!"
—
doctrinair niet
kallenden tuigd,
dat
geen
,
stil
laten uitpraten, wel vast en zeker over-
vader die zijn kind in het water ziet liggen,
enkel
maar op Gods besluit zal laten verdrinken, en dat, om van waanzinnigen en gekken nu niet te spreken, niemand, omdat zijn adem in Gods hand is, het nemen van spijs er maar aan geeft? En als dat nu zoo is, en we achten dat wel niemand ons ten deze zal weerspreken, dan zouden we w^l eens aangetoond willen zien, wat gij dan nog met uw bedenking vordert. Want indien niemand lijdelijk er bij zitten of liggen blijft, omdat God alles over zijn licha meiijken dood of zijn lichamelijk leven bepaald heeft,om wat oorzaak tor wereld zou hij er dan wel lijdelijk bij neder gaan zitten, indien God alles bepaald heeft over het leven of den dood van zijn ziel? In beide gevallen toch staan we voor precies dezelfde tegenstrijdigheid het
—
desniettoe; is bepaald, en een nauwgezet en volijverig gebruik van de middelen geroepen, die met die vooraf bepaalde en onwrikbare uitkomst in verband staan.
Alles;
alles;
temin wordt
Komt men dat
zijn
alles tot in het kleinste
gij
er
uurtje
tot
nu
op,
door
om
te
weten:
God bepaald
is,
waarom de mensch, dan toch
zijn
die weet hoofd omdraait
een kogel fluit, en zich met zijn arm verweert als iemand hem dan ligt het antwoord voor de hand. Immers met een dolk, een knaap zelfs zou antwoorden „Dat doe ik vanzelf'; „dat kun je niet laten"; „dat doet men eer men er om denkt". En zoo is het ook. Men eet niet uit berekening en overweging, dat men anders sterven zou, maar wijl men trek heeft of honger, of ook omdat het uur van eten daar is. Men gaat uit den weg voor een stootig of hollend paard, niet uit berekening, dat men anders onder den voet kan geraken, maar uit een onmiddellijken drang, die wil, zenuwen en spieren opeens aangrijpt en u opzij dringt. En zoo ook, als uw kind doodziek neerligt en ge vreest dat het sterven gaat, dan bidt ge niet maar uit de berekening: „dat kan ik nu nog eens beproeven", uit zielsdrang; uit onmiddellijke behoefte; uit aandrift der liefde en der gehechtheid aan uw lieveling. Heel deze bedenking komt dus eenvoudig voort uit het misverstand, dat 's menschen handelen in den regel de slotsom van een redeneering zou zijn. Het is het valsche intellectualisme dat in die tegenrede spookt. Een drijven op een leer, waar geen geloof aan het leven onder zit. Een ijskorst zonder een stroom die haar draagt. Want heeft men eenmaal ingezien, dat noch in het lichamelijk noch
als er
dreigt
—
••
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's