Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 62

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 62

3 minuten leestijd

48 de wereld te min, te laag, te weinig edel, te weinig verheven, ja, wat zeg ik, dat men haar innerlijk te onheilig en te zondig en te verdorven vindt, om er zijn ziel langer voor over te hebben? Natuurlijk wil dit volstrekt niet zeggen, dat men zichzelven daarom hooghartig tegenover de menschen van de wereld moet stellen. Want ten eerste weet ik niet vooruit wie kinderen Gods zijn, en kunnen er uitstekend wel uitverkorenen schuilen onder hen die thans nog ik en de wereld zijn niet de ruwste zondaars zijn. Maar bovendien twee. Maar ook in mij; in mijn vleesch en bloed; in mijn eigen hart is die wereld. En elke veroordeeling van die wereld, die niet juist begint met de scherpste veroordeeling van die wereld in mij zelven, mist dan ook alle zedelijke kracht, wortelt in huichelarij en :

kan voor God nooit recht

zijn.

de Geest in ons moet den geest die in de wereld is veroordeelen en in ons bewerken, dat wij met die wereld breken, en .ons er afscheuren, en boven haar verheven worden. Dat is de wille der Schrift en dat tevens het hoog ernstig karakter van den Puriteinschen levensernst. Een levensernst die de Christenen in onze dagen in al hun oppervlakkigheid ten toon stelt. Zie maar. Yan zoo weinig kan men meer afblijven. Zoo weinig weet men zich te ontzeggen. Op zoo duizenderlei manieren weet men zich diets te maken, dat men zóó en zóó en zóó ver nog met de wereld wel meê kan gaan. En kan dat nu anders? Zie, de kinderen Gods, dat spreekt \anzelf, hooren bij de aarde niet en moeten naar boven. Maar nu kan men boven de wereld verheven worden op tweeërlei manier. Of doordien ik zelf een ladder voor mijn voet plaats en zelf langs haar sporten zoek op te klimmen. Of wel doordien .Jezus mij naar boven optrekt. Want let wel, mijn broeder, dat naar boven, tot zich, trekken van Jezus doelt niet alleen op uw sterven en uw zaligen ingang. Neen, dat „optrekken" is .Jezus' arbeid, de arbeid zijner ziele, in den hemel, aldoor. „Zoo wanneer ik, d. i. terstond nadat ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ik ze allen tot mij trekken." Niet achtereenvolgens een iegelijk naar gelang zijn stervensuur nadert. Maar allen aldoor. Met een trekking die aanvangt eer nog het leven in u kwam. Die En heerlijker nog, al den wasdom in het leven verzelt en bevordert. zelfs in den hemel een „trekken" blijven zal. Een al dichter, nauwer, inniger tot zich trekken van de verlosten door hun Heere. Het geheim om van de wereld los te komen ligt dus niet daarin, dat ge stelselmatig een slagboom tusschen haar en uzelven plaatst,

Neen,

maar wel hierin dat ge den slagboom goed vallen

laat.

die

u van Jezus afhield, voor-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 62

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's