Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 40

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 40

3 minuten leestijd

!

32 zoo ge buiten Hem rekent. Wie de Schrift leest, zonder te hoor en toespreken, gaat dor te bed. Wie in het huisgezin bij het lezen des Woords aanzit, zonder de stemme des Heer en te hoor en, gaat zielloos aan den arbeid. En zoo ook, wie in de gemeente nederzit, zonder te ervaren: Hij sprak tot mij, dien is het onnut; zoo niet erger.

weer

zich

niets,

door

Hem

Bezien we nu dat laatste, het prediken van Gods Woord in de gemeente, wat van dichter bij, dan spreekt het vanzelf dat de Heilige Geest daarbij van twee kanten werken moet: vooreerst in de harten der uitverkorenen, en ten andere in het woord van den prediker; en dat slechts dan de volle zegen wordt ingedronken, indien deze heide getuigenissen van den Heiligen Geest elkander een Amen geven, en én prediker én hoorder samen in het niet gaan, om uit dat niet saam weg te smelten voor de wondere, goddelijke overreding van den Geest. Is die werking aan den kant van den prediker, of aan de zijde van de gemeente gebrekkig, dan is de vrucht ook kommerlijk. En hield aan één van die beide zijden de werking van den Heiligen Geest volkomen op, dan ware het heerlijk schoon van een prediking in het midden der gemeente eigenlijk teloor. Hieruit volgt tevens, dat de prediking geen Evangelieverkondiging, maar bediening moet zijn. In den prediker treedt een ambassadeur van Christus den Koning op. De sleutelen des Koninkrijks worden in de bediening des Woords vernomen. De prediking is oefening van tucht; is, den goddelooze zijn oordeel aanzeggen en troosten de ge-

brokenen van hart Evangelieverkondiging is een uitgaan in de heggen, naar wat buiten de kerk ligt. Maar bediening des Woords is prediking in naam van Jezus in den boezem der kerk. Nu bestaat die kerk niet uit heidenen én gedoopten, maar enkel uit yedoopten, én de doop is het zegel van het levend lidmaatschap Christi. Geheel afgescheiden van de vraag, of er ook hypocrieten in haar midden zijn, of ook dezulken van wie van achteren blijken zal, dat ze ten onrechte voor geloovigen doorgingen, staat het dus vast en mag het nooit anders beschouwd worden, dan dat alle zielen in de kerk van Christus, stokoud of pasgeboren, als lidmaten van Christus gelden. De doop is een zegel niet van wat komt, maar van wat er is. En zeer terecht aarzelden onze vaderen geen oogenblik te belijden, dat hoezeer de bekeering eerst later tot stand komt, desniettemin de wedergeboorte in den regel ah utero plaats grijpt, d. w. z. reeds voor den doop (Cf. Yoetius, disp. select. Tom. II. c. de regeneratione). Op den kansel staande doet de prediker dus heel iets anders dan de Evangelist doet in een lokaal of de Zendeling op het verre strand. En zeer gewisselijk bezondigt zich aan de gemeente een iegelijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's