Heils termen - pagina 13
DE NAAM
IS
HET WEZEN.
Want uw Naam
ziet het
wezen.
Micha
6
:
9.
De aanval door de bestrijders van ons allerheiligst g-eloof op het Sacrament van den H. Doop gewaagd, heeft, als elke strijd, de vrucht afgeworpen, dat de gemeente, die gelooft, met meer ernst naar de waardij en beteekenis van haar heilspanden leert vragen. De woorden der instelling van den Doop waren, eer die strijd begon, voor velen tot een klank zonder beteekenis verflauwd. Men in den naam des Vaders hoorde het wel telkens uitspreken en des Zoons en des H. Geestes, men sprak het op zijn beurt wel na, en bleef niet geheel buiten eene heilige aandoening, zoo dikwijls de verheven muziek dier hoogheerlijke woorden door de o-ewelven onzer bedehuizen ruischte. Maar met dat al werd men aan o den zin en de beteekenis dier woorden met den dag meer ontwend, zonder dat het vermoeden zelfs in ons opkwam, welk een oordeel over de gemeente in die gedachteloosheid lag uitgesproken. Maar nu komen we daarvan terug. Nu men het gewaagd heeft de heilige melody dier woorden te vervalschen. Nu men ongevoelig voor den gloed van schoonheid, die als een glinsterende dauwdrop op die woorden ligt, ze met onheilige weetgierigheid ontleden en verminken :
dorst.
Nu men
uit het heilig borduursel des Geestes dat het geloofsoog
boeit, met de driestheid der oppervlakkigheid de nu drijft steken lostornt en daardoor het schoon geheel vernietigt, de Geest de gemeente aan met verscherpten prikkel, om niet slechts haar heilig kleinood te beschermen, maar ook de waarde van dat kleinood in al zijn diepte te verstaan. Nu neemt elk, die gedoopt is en gelooft, nog eens met stil ontzag die majestueuse woorden op de lippen spreekt ze nog eens voor zich zelf uit, als om zich te vergewissen dat ze er nog zijn; legt beurtelings op elk dier woorden den vollen nadruk, als om achtereenvolgens met de ziel de vertroosting
in
woorden
die
—
;
rijkdom van genade in te drinken, die in elk dier woorden ligt, en zoekt en tast en zint en peinst tot weer met volle bewustheid door zijn hart ervaren wordt, wat hij dusver meer onbewust en gedachteloos in dien H, Doop bezat. Daardoor worden we er als van zelven toe gebracht, om ook dat raadselachtig, dat geheimzinnig „in den Naam," dat aan de woorden
en
den
besloten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's