Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 85

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 85

3 minuten leestijd

75

Toch is de eerbied waarmee de Hervormers aan de heilige Apostelen van Christus dachten, met de koele onverschilligheid van het hedendaagsche Protestantisme nauwlijks voor vergelijking vatbaar. Bijna nergens vindt ge in hun geschriften den Apostolischen naam zonder den uitdrukkelijken eeretitel van „Heilige Apostel." Voor hen stonden de Apostelen hooger dan Jezus voor de Modernen staat. Het straalt in al hun spreken door, dat een Apostel hun niet slechts de schrijver van een brief, maar een levende persoonlijkheid is, een uitverkoren instrument des Heiligen Geestes, een geestelijk rijkbedeelde onder de gezalfden des Heeren, maar met een hart in den boezem, dat tot liefde dringt en genegenheid inboezemt. De door hen gezuiverde Kerk koelde zonder het zelve te bespeuren dien gloed der liefde af. Ze hechtte zich schier uitsluitend aan de controvers tegenover Rome, en zag niet in, dat ze bedacht moest zijn op voortdurende kweeking van dat warme gemeenschapsgevoel en die innige betrekking der dankbare liefde, waarmee Apostelen en Martelaren door de Kerke Christi eeuwen dusver in hun nagedachtenis gezegend waren. De geest des afvals, die thans zoo zielverdervend om zich grijpt, teekent van deze afsnijding der geschiedkundige lijn zijn droef, noodlottig en verraderlijk spoor. Men wende zich aan het onware denkbeeld, alsof de Kerk in ons eigen hart begon, met onbeperkte bevoegdheid voor het weêrgeboren hart, om afgaande op geestelijke bevinding voor zichzelf, individueel, te binden en te ontbinden, wat gezegend of gevloekt zou zijn in den hemel bij onzen God. Dat men zich aan de Schrift zei te binden was zelfbedrog, zoolang men zich gerechtigd achtte tot de willekeur om zelf te bepalen wat in die Schrift hoofdzaak, wat bijkomstig zijn zou, en wat als zin en beteekenis van dat Schriftwoord zou gelden. Zoo begon men met verloochening van het wettig door onzen Koning en Hoogepriester zelven voor de stichting zijner Gemeente gegeven en ingesteld orgaan, brak hierdoor de historische lijn af, en moest zoo ten slotte aanlanden, waar alle verbreking van de ordinantiën Christi henenleidt, bij verwerping van alle gezag, dat is bij een Modernisme, dat den levenden God, die zich in zijn Woord geopenbaard heeft, voorbijgaat en zich een God van eigen vinding „versiert," gelijk onze Catechismus zegt, of wil men naar onzen spreektrant, „verzint en uitdenkt." Ziet men dit in, dan mag op dien noodlottigen weg niet voortgegaan. Volharding zou te dezen onverbiddelijk met geestelijke versterving gestraft worden. Wil men het zoet, wil men de lieflijke heerlijkheid, wil men de hartverkwikkende levenskracht weer smaken, die in het mystieke lichaam van Christus ruischt door alle aderen, dan moet allereerst het innerlijk bestand van dat Lichaam weer waarheid voor ons worden, en het artikel ons weer in de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 85

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's