Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 146

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 146

3 minuten leestijd

136 de bewerking zijns Gods. Hij weet dat „de moeite die Hij den Heere met zijn ziel maakt" vooral aan de ure der kastijding verbonden is. ^iet slechts dat hij een God kent „die niet van harte slaat," maar hij weet het, dat „slaan" is niet maar een tuchtiging voor hem, maar minstens evenzeer een geweld doen van den Heilige aan zijn eigen Hoogepriesterlijk hart.

Waarom

het dan niet uit, waarom spaart de Heere dan dat zichzelven niet, waarom houdt zijn koninklijke Barmhartigheid dan de tuchtroede niet in? Op die vraag is maar één antwoord. De Heere wil, dat we „de vrucht der gerechtigheid wegdragen," Hij heeft ons als zonen en dochteren lief, en kan die niet dulden, dat die volheerlijkc vrucht ons ontgaan zou. En wijl het nu eenmaal een onverbrekelijke ordening van zijn Koninkrijk is, dat op lijden

óns

blijft

en

veld der gerechtigheid slechts met den scherpen sikkel der kan gemaaid Avorden, hanteert Hij in ontfermende liefde dien sikkel ook over ons leven, waar Hij, die ons kent, weet, dat het ons aan moed zou falen, om dien te omklemmen met eigen hand. Die ordening, dat het naar heerlijkheid niet dan door lijden gaat, kan daarom niet opgeheven, wijl met haar geheel het Evangelie der genade staat of valt. Dat Evangelie toch ligt in het denkbeeld van Opstanding uitgesproken, en Opstanding is ongerijmd en ondenkbaar, tenzij het Opstanding zij uit den Dood. Niet slechts prediking van Gods liefde in algemeenen zin is het Evangelie, maar van die zich zelve schier overtreffende liefdewerking des Eeuwige, waarmee Hij raad en heil schept voor den zondaar.

het

rijpe

smart

van de

ons telkens verweten wordt, dat w^ij, rechtzinnige voor de prediking van Gods liefde hebben, is er voor dat verwijt alleszins grond. De Liefde Gods, gelijk ze van die zij, in vage algemeenheid op de lippen Avordt gedragen, miste onze sympathie, niet wijl we voor die Liefde blind zijn, maar wijl het oog ons voor een veel reiner, oneindig dieper, onvergelijkelijk heerlijker denkbeeld van Liefde Gods ontsloten wierd. De Liefde, als wezenseigenschap, die met het begrip van God zelf gegeven is, laat ons koel, verwint ons het hart niet, wijl eigen schuldbesef ons zegt, dat die Liefde voor ons verbeurd is, dat we van den zegen dier Liefde zijn afgesneden, dat er voor ons als zondaren geen heil uit die abstracte Liefde vloeit. Wat men ons aanprijst, is een Liefde des Scheppers, die het eens gewekte leven bedauwt, en wat we behoeven is een Liefdeuiting die ons het verloren leven terugbrengt. En daarom, we achten die alle leven overschaduwende Liefde onzes Gods niet gering; ook ons is haar gedachte met het denkbeeld van God zelf gegeven, maar waar onze ziel naar dorst, het is de tot genade opgeklommen goedheid, de tot ontferming gestegen liefde, waar we naar tasten, en zoeken, het is niet de liefdesmacht, die het leven voor V e r d e r f b e h o e d t, mafir dat ingewand der Barmhartigheid Als

Christenen,

overzij

geen

hart

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 146

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's