Het heil in ons - pagina 28
'
18
Jonas' weêrvaren toont dit op treffende wijs.
wordt hij gezonden, een stad van heidenschen oorhaar veelgodendom verloochend heeft en sinds eeuwen ten onder ging, om nimmer weer te verrijzen uit haar puin. Wat nu lezen we van den invloed dien Jonas' prediking op de 10 ons: „En Ninevieten had? In zijn profetieën zegt hoofdstuk 3 God zag hunne werken, dat zij zich beheerden van hunnen hoozen weg, en het berouwde God over het kwaad, dat Hij gesproken had hun te zullen doen, en Hij deed het niet." Voor Mnevé en Israël had die bekeering éénzelfde beteekenis. Bij Israël bestond ze in „een gehoorzaam zijn aan de stem des Heeren, naar alles wat Mozes hun gebood," en bij de Ninevieten daarin, „dat ze geloofden aan God, een vasten uitriepen, zich met zakken bekleedden en zich afwendden van hun boozen weg, van het geweld, dat in hun hand was." Die gelijkstelling wordt bovendien bevestigd door de bekende uitspraak van onzen Heere: „De mannen van Mnevé zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht en zullen het veroordeelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas, en zie, meer dan Jonas is hier" (Matth. 12 41). Ook ten opzichte van Egypte is van soortgelijke bekeering sprake. 22: „En de Heere zal de Jesaia toch schrijft in hoofdstuk 19 Egyptenaren dapper slaan en genezen en zij zullen zich tot den Heere bekeeren en Hij zal zich van hen verbidden laten en Hij zal hen genezen." Zulk een volkshekeering slaat natuurlijk op het volk als natie. Er heerscht in elk volk een zekere geest, die den toon geeft aan de publieke opinie, van onberekenbaren invloed is op de volkszeden en de gedraging der enkelen en meestal in de regeeringskringen zijn uitdrukking vindt. Is nu die volksgeest slecht, gelijk dit in Egypte, in Ninevé en ten deele ook bij Israël plaats greep, dan is hiermee bedoeld, dat het volk in weelde verzonken, zich aan geen recht of gerechtigheid meer stoorde en die vaste ordinantiën van eerbaarheid en zedelijk leven schond, die door God Almachtig in zijn schepping voor de natiën gegeven zijn. Terugkeer van dien boozen weg kan derhalve bij een geheel volk niet anders beteekenen, dan dat het volksgeweten, door de slaande hand Gods of door de boetprediking van een Godsgezant geraakt, in verzet komt tegen de zondige volkszeden, die in zwang kwamen, de achtbaarheid van recht en gerechtigheid herstelt, aflaat van zijn brooddronken wulpschheid en aan den levensernst zijn eere hergeeft. Dientengevolge gaat zulk een bekeering van het volk meest gepaard met vasten en rouwmisbaar. In de consciëntie getroffen, slaat het volk uit het eene in het andere uiterste over, en dezelfde stad, die gisteren nog in zingenet baadde, bekleedt zich na de komst van den boet-
Naar Ninevé
sprong,
die
nooit
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's