Dat de genade particulier is - pagina 184
174 voor uit, dat de uitkomst der dingen zeer machtig meewerkt, om ons deze onderwerping aan Gods Woord lichter te maken. Want dit, mijn lezer, ziet toch ook gij immers, het is dan toch maar zooals het ons in de Schrift getoond wordt, en die in Jezus zalig afsterven zijn, op de millioenen hij millioenen die ten grave dalen, verreweg de minsten in g'etalt
Komt men nu op
de intentie, op het voornemen, op den wil en dit genadewerk, of gelijk we in den titel van deze reeks het uitdrukten, komt men van de „uitkomst" op het dan zou het op zich zelf reeds voor de hand goddelijk bedoel^^n, liggen, om te zeggen: God de Heere kan het niet anders bedoeld hebben dan het bij de „uitkomst" bleek. Toont derhalve de uitkomst met stellige zekerheid, dat de dood van Christus yiiet voor allen ter zaligheid gedijt, dan volgt hieruit ook op het allerzekerst, dat Christus, naar het „goddelijk bedoelen" niet voor alle menschen ter zaligheid gestorven kan zijn. Immers „Hij werkt alle dingen naar den raad zijns willens." „Zijn raad zal bestaan, en Hij zal al zijn welbehagen toeleg
Heeren
des
bij
—
doen."
Maar onze zwakheid tegemoet komende
heeft de Heere ons aan die verstand niet overgelaten, maar exdat met presselijk in zijn heilig Woord ons de zekerheid geschonken name de grond van de zaligheid der reeds gezaligden of nog te zaligen personen, niet buiten, maar in zijn wil ligt. Herlees slechts het majestueuze woord, dat boven dit artikel staat: „Tevoren verordineer d, door Christus in zich zelven^ naar het v^elbehagen van
conclusie
van
het
redeneerend
:
ZIJNEN WIL." alzoo, dat God geen afwachtende houding hoe het af zou loopen. Noch ook dat het „bedoelen wil" in dit opzicht te leur gesteld werd door den „raad zijns welbehagens." Maar dat zijn raad en zijn wil één zijn in het welbehagen, en dat juist zijn wil, zijn raad, zijn intentie, zijn bedoelen de grond van het zalig willen worden in het omgezette en
Duidelijk
aannam, van zijn
om
blijkt te
hieruit
zien,
herborene, wijl verkorene, schepsel is. Elke poging om tusschen de „uitkomst" en het „goddelijk bedoelen" ten deze ook maar een stroospièr te willen leggen, is dus als volstrekt mislukt te beschouwen. De menschelijke wil komt bij deze quaestie ganschelijk niet in het spel. Met hun onherboren wil verwerpen allen het rantsoen van Christus, hetzij ze verlorenen of verkorenen zijn.
Het onderscheid
ontstaat eerst, waar
Christusverwerper omzet.
den
in
den
Gods
wil den zondigen wil van
toeneigenden
wil
van den herborene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's