Dat de genade particulier is - pagina 244
334 Dat een persoon in ontleent
dat
zijn diepsten
God hem
schiep en
^rond al zijn recht alleen daaraan dus medisch werd, zag niemand
hij
Neen, om wat de omgeving, of zijn geld, of zijn geslacht hem maakte, daarom, en daarom schier alleen was hij in tel. Vandaar dat men destijds overal en in alle landen hoogstens een kleine groep van menschen vond, die voor vol meededen, en dat al de overigen, door deze als een soort mindere wezens werden aangezien. Zoo zagen de mannen op hnn vrouwen neer als op een soort appendix van hun eigen wezen. Heel het dienstpersoneel was in slaventoestand en kwam dus niet in aanmerking. De overwinnende kaste domineerde al het lagere volk». En zoo ver ging dit hoogmoedig en hoovaardig deelen en splitsen van menschen door, dat een fatsoenGriek alle andere natiën voor barbaren uitschold, een goed Jood lijk alle overige volken als honden beschouwde, en er achter de barbaren nog een soort erger en wilder wezens werd aangenomen, die men aanduidde door Barbaar en Scyth ongeveer in den zin, waarin wij van Negers en Boschjesmannen spreken. Ja zelfs op het heiliger en heiligste terrein ging diezelfde onzalige hoovaardij door, en toen onze Heere Jezus Christus op aarde omwandelde vond hij om Zions tempel een groep van vromen leven, die, op ingebeelde gerechtigheid prat, met onbeschrijflijken hoogmoed neerzagen op de zondaars en tollenaars en de am haar ets d. i. het volk des lands. Zulk een vroom opgevoed jongman in Jeruzalem voelde alleen zijn gelijke als de eigenlijk meetellende mensch. Daarop volgden dan het naast de Sadduceën. Na hen de Esscërs. Laag stonden reeds de tollenaars. Lager nog de zondaars. En het laagst van allen „de vuile massa" of het volk des lands, van de onreinheid der zwijnen in het oog van den Earizeër reeds zeer weinig verschillend. Weet men nu dat die am hadrets bijna de geheele plattelandsbevolking omvatte; dat die „zondaars" zijn wat wij noemen „de genotzuchtige lieden der wereld"; die tollenaars de groote industriëelen; dan voelt die Esseërs de dissenters; die Sadduceën de Nutslieden, men toch wat uiterst beperkt kringetje zich het monopolie van vroomheid aanmatigde. En denkt men zich nu den Zoon des menschen in de straten van dat Jeruzalem omgaande, met in zijn hart het zoenborgschap voor al Gods uitverkorenen uit alle natiën en tongen, uit alle rangen en standen, uit alle klassen en groepen der maatschappij, dan zal toch een ieder gevoelen, hoe onuitsprekelijk dit separatisme Jezus tegen de borst stiet en in den weg stond, en hoe hij er bij al zijn spreken telkens op verdacht moest zijn, om wel en duidelijk te doen uitkomen: Wat ik in den naam Gods verkondig, geldt niet de uitverkorenen der menschen, maar de uitverkorenen Gods; regelt zich niet naar de onderscheidingen die gij tusschen menschen en menschen maakt, maar uitsluitend naar de splitsing tusschen geloof en ongeloof, die voor God geldt; en schuift dus links en rechts over al uw gr ensj es in.
;
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's