Heils termen - pagina 104
94 langs in ons blad besproken, dan dat we het recht verstand van deze uitdrukking niet bij onze lezers veronderstellen zouden. Maar wat is de zin van het andere woord, dat Jezus in de eerste
bede vlecht:
„Uw naam
worde geheiligd?"
„Heilig," „Heiligen," ook deze Schrifttermen ontsluiten ons hun krachtigen inhoud niet, tenzij we het licht der openbaring daarop vallen laten.
Immers, of ge al zegt: heilig is wat door geen zonde werd bedan hebt ge wel gezegd wat heilig niet is, maar nog niet, wat het wel is. Dan zoudt ge om de beteekenis van het „Heilige" te verstaan, eerst het wezen der zonde moeten beschrijven. En werd dan van de zonde wederom gezegd, dat ze een gemis van heiligheid is, dan zouden we ons in een cirkel voortbewegen en ons met klanken tevreden stellen, zonder dat de zin van wat heilig is werd smet,
verstaan.
Slaan we daarentegen de Schrift op, dan zullen we vinden, dat heiligheid, verre van slechts een ontkenning te wezen, integendeel zeer hooge begrip van de „zuiverheid, onvervalschtheid en komenheid des wezens" uitdmkt.
het
vol-
in ons dagelijksch leven geldt het onvermengde voor ons het hoogste, edelste en volkomenste. „Onvermengd goud," is het gulden metaal van zuiver gehalte en daarom in waarde het hoogst.
Ook
als
wiens bloed van vreemden bloede onvermengd en vrij Oud-Hollands echten stam. Het onvermengde ras van het strijdros der Arabische vlakte, heeft in elks oog de hoogste keur. En waar, om op het gewijde over te treden, de Schrift ons in een beeld de volkomen zaligheid des hemels afspiegelt spreekt ze van den Beker ongemengden wijns, „dien Jehovah Zebaöth allen volke zal bereiden op zijnen heiligen berg." Dat onvermengde nu, dat zuivere en van alle b ij voeging ontdane, die innerlijke volkomenheid en geheelheid des wezens, drukt de Schrift uit door het woord „Heilig," en „Heiligen" is haar het eerst vermengde van die bijvoeging bevrijden. „Heilig! Heilig! Heilig! is de Heere der Heirscharen", zingen de Serafs dies voor den Troon, om den Eeuwig Ongeziene te volprijzen Alleen
bleef,
Hij,
is
Hem,
uit
die de „Volkomenheid" in zich zelven is. evenzoo, van „Heiligen" wordt schier op elke bladzijde der Schrift gesproken, als van een geestelijke daad, waardoor de onreine vermenging van het goddelijke en menschelijke wordt opgelost. Isa den zondeval bestond die vermenging feitelijk. Nog altijd bleef die wereld 's Heeren schepping. Nog altijd werkten in die wereld door God gewrochte krachten. Nog altijd bleef in 's menschen geweten zich de trilling voelbaar maken van een werking, die naar Paulus eigen getuigenis uitging van den Heere. Maar toch, er was geen zuiverheid meer. De geest uit den afgrond
als
En
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's