Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 185

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 185

3 minuten leestijd

175 zou de smart van het geestelijk verderf volstrekt onwaarueembaar zijn, indien niet juist die onmogelijkheid, om den indruk van Gods aanzijn van zich te zetten, den verworpene ja, maar toch altijd den verworpenen mensch, eigen bleef. De stoffelijke zichtbare wereld is een sluier, die de uitstraling van Gods majesteit in onze consciëntie breekt. Dien sluier kan men dikker en ondoordringbaarder maken door zijn zinlij ke natuur bot te vieren. Hieruit verklaart het zich, dat menig zondaar slechts een enkele maal den krachtigen indruk van Gods majesteit in zijn ziel ervaart. Maar die sluier valt met den dood weg; aan gindsche zijde des grafs zal de glans van 's Heeren majesteit niet langer door het worden, en dientengevolge zal in de buitenste stoffelijke getemperd duisternis de natuurlijke Godskennis niet zwakker, maar juist sterker zijn in den rampzalige, dan ze op aarde in den zondaar was. Dat zijn „die kleine overblijfselkens" waarvan onze Belijdenis spreekt, en die men, eenvoudig uit misverstand, zoo gaarne uit de artikelen der Hervormde kerk gebannen had. Daarin toch, zoo waande men, hadden onze Hervormers zich vergist dat was een te kort doen aan de eischen der Schrift; zoo kwam de diepte van onzen val niet Verzwakt nageslacht van een kerk, die helden des tot haar recht. hoe is in uw bekrompen geloofs en martelaren tot haar stichters had oordeel over de uitspraak onzer vaderen uw eigen gebrek aan geestelijk doorzicht openbaar geworden! Had men voor het minst gelezen wat onze vaderen schreven om den zin hunner woorden te verstaan! Toch oordeele niemand met hardheid. Onze eeuw is er niet naar, om de rotspunten te bestijgen, waarop door een kloeker voorgeslacht de banier des Kruises werd geplant. Het bewijs voor hun stelling ontleenden onze vaderen niet allereerst aan de Schrift. Wel toonden ze van achteren aan dat óók de Schrift deze voorstelling bevestigde, allerwegen onderstelde en met haar loochening niet te rijmen was, maar dit bewijs uit de bijzondere openbaring ging niet voorop. Ze gingen eenvoudiger te werk en beriepen zich op den mensch zelf. In drieërlei manier. Ze waren zelf menschen en eischten uit dien hoofde recht van meespreken, waar het op de beschouwing van den mensch aankwam. Ook zij hadden een verleden, dat achter hun bekeering lag, en ook in dat tijdperk huns levens hadden ze geweten dat ze met God te doen hadden, het meest in hun beste, ook na hun slechtste oogenblikken, het minst in den gewonen, stillen gang van het eentonig leven. De hoorders, tot wie ze spraken, de lezers, voor wie ze schreven, waren menschen. Ook zij konden dus uit eigen ervaring beoordeelen, of al dan niet in hun verleden, ja op het eigen oogenblik, dat dit beweren tot hen kwam, een stem daarbinnen aan dit beweren ge;

!

tuigenis gaf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's