Heils termen - pagina 60
50
Abraham's
ziel
een
hem zou
zijn
ontvankelijkheid moest vinden en geloovig aanvaard. Toch, juist het tegendeel blijkt. Natuurlijk moest ook zijn geloof zich onveranderlijk op den Messias richten, en kon hij dus de heerlijke belofte in dat Godswoord vervat, alleen op de geboorte van een zoon uit zijn eigen lendenen toepassen. Dit doet de Patriarch ook, maar wel verre van in die sprake Gods nieuwen steun voor zijne hope te vinden, keert hij zich veeleer in gemelijkheid der ziel tegen den Almachtige en vraagt, „wat de Heer hem dan geven zou, nu het al meer bleek, dat zijn knecht zijn erfgenaam zou zijn," en klaagt op schier verwijtenden toon „Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven!" Het Woord-alleen had dus Abraham's hart niet gebroken. En wat doet nu de Heere? Wendt Hij zich van den tegenworstelenden Patriarch af? Inteö^endeel. Maar ziende Abraham's zwakheid, brengt Hij nogmaals zijn Woord, zoo mogelijk in
door
rijpe
:
stelliger vorm tot hem, maar nu wordt dat Woord verzeld van een Teeken. „Toen leidde Hij hem uit naar buiten en zeide Zie nu op naar den hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt zoo zal uw zaad zijn!" zegt het gewijd bericht ons, en nu eerst, nu bij het Woord het Teeken van den starrenhemel gevoegd is, nu breekt Abraham's geloof met kracht en onweerstaanbaar door, want onmiddellijk doet de Schrift er deze woorden op volgen: „En Abraham geloofde, en Hij rekende het hem tot gerechtigheid!" En wederom ging het Woord des Heeren tot hem uit, zeggende: „Dit land heb Ik u gegeven, om dit erfelijk te bezitten," en nogmaals blijkt het ons, dat het Woord op zichzelf, in zijn alleenheid, niet tot het diepst van Abraham's ziel kan doordringen, want, gelijk de Heere bij het vorig Woord zelf een Teeken gaf, zoo is het hier Abraham, die uit eigen aandrang om een Teeken, tot bezegeling van het gesproken Woord vraagt, als hij zegt: „Heere! waarbij zal ik dit weten?" En ook nu wordt aan het Woord het Teeken van Godswege toegevoegd, als naar Gods bevel het dubbel outer des verbonds wordt opgericht en de heilige tegenwoordigheid des Heeren in de Vuurkolom door het gescheiden outer heengaat. Hebben we dus terecht op dit 15e Hoofdst\ik van Genesis, als beslissend voor de ontwikkeling des geloofs gewezen, en bleek ons, dat in dit korte Hoofdstuk tot tweemaal toe het Tceken aan het Woord wordt toegevoegd, om de doorbreking van het geloof te bevorderen, dan zijn we volkomen gerechtigd om, reeds op grond van dit ééne Heilsopenbaring, het Teeken als een van (iJod gekozen feit in de middel te beschouwen, dat als met de scherpte eener wigge het
nog
:
;
Woord Gods
indrijft in het hart.
Toch dient, eer we op deze nog door enkele treffende feiten gestaafd. Vooral Mozes optreden doende
beteekenis,
wijl
ook
bij
stelling
voortbouwen, haar waarheid
uit de geschiedenis der als
Openbaring
Israëls redder is hierbij
hem de
van
af-
slingering van geloof naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's