Dat de genade particulier is - pagina 119
109 Profetisme
eischt:
Christelijke kerk,
t.
maar
w.
dat
zelfs
het
niet
met den
slechts
met de
heilsleer der
zedelij ken levensernst
gedaan
is,
zoodra men voor de bekeering tot zaligheid den slagboom opheft van den dood.
Duidelijk, overduidelijk bleek alzoo, dat indien we aan God zei ven vragen: hoe Hij zijn genade bedoeld heeft? noch zijn genadewerkingen noch zijn genadebeloften, althans op het terrein des Ouden Testaments, ons ook maar het minste recht geven, om van een genade te spreken, die naar den raad en naar de schikkingen en naar den geopenbaarden wil Gods de zaligheid van de som van alle menschelijke individuen bedoelen zou. Ook al plaatsen we ons dus voor een oogenblik, gelijk vele onzer tegenstanders, op het standpunt der Amyraldisten, die destinatie en applicatie van de genade (naar ons voorkomt, op het alleronhoudbaarst)
vaneen scheiden, ook dan
zelfs pleit heel het
Oude Testament
voor de particuliere genade, in het Paradijs zoowel als in Noachs dagen, en even beslist in de patriarchale openbaring als in de bedeeling van Mozes en de Profeten. Terwijl als we die valschelijk ingebrachte Amyraldistische onderscheiding varen laten, en op gansch redelijke wijze leeren: dat „genade tot zaligheid" al de genade omvat, die in u werken moet totdat ge zalig zijt, en alzoo óók de applicatie van het heil insluit, er uiteraard, althans bij het Oude Testament, over geen Universalisme meer te spreken valt. En wijl nu Oud en Nieuw Verbond, wel als schaduw en vervulling, als knop en bloem, maar volstrekt niet als min of meerder waarachtig tegenover elkander staan, zou hiermee eigenlijk de quaestie op Schriftuurlijk terrein reeds beslist zijn. Maar overmits vele bestrijders van de particuliere genade tegelijk bestrijders van de autoriteit der schriften van het Oude Testament zijn, en bovendien, hier vooral, veel in de bloem zichtbaar werd, wat in den knop nog schuilen bleef, willen we alsnu tot het Nieuw Verbond voortschrijden, en allereerst vragen Wat was^ deed en leerde ten opzichte van dit vraagstuk onze Heere Jezus zelf?
—
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's