Honig uit den rotssteen - pagina 82
!
!
68 er in dat alles niet is smeltkroes van den goudsmid?
zaligheid,
En
het
en
schuim evenals in den
het u dan niet telkens weer dat Hij, de Heere der in alle dezen uitsluitend voor-
God
leert
heirscharen,
goud
maken van goud óók
behield aan zichzelf? Schiep de beste legerorganisatie ooit één grein veldheerstalent? Schonk een keurige wetgeving het volk ooit een wijzen koning? Kan een volk één dichterlijk genie scheppen? Kunt gij uw kinderen hersenen geven? Als het er niet in zit, genieën uit ze maken? Iets vormen, iets bijhelpen, iets zus of zoo wijzigen, j;i, dat o, kunt ge! Iets ook in het lagere ze aanbrengen van slimheid en van buiten geleerde dingen en beleefdheden; maar een karakter ze in de ziel stalen,
kunt
Bovenal
het
gij
dat?
goud
van
hef
leven
Gods
in
eens
menschen hart
inscheppen, staat dat in uw macht? Of moet ge ook van dat goud der talenten, van dat goud des zedelijken, van dat goud des geestelijken levens, niet in stillen ootmoed belijden: „Gij, o, machtige Schepper, Gij alleen kunt het voortbrengen! Ook dat goud is het Uwe, en het Uwe alleen!" En indien uw ziel daar „Amen" op zegt, komt dan niet al de zonde onzer eeuw, al de zonde der dwaalleeraars, al de zonde van onze opvoeding, neer op geestelijke alchymie? Op de pogiug, de ongerijmde en onzinnige poging, om het goud van onze karakters, het goud der genieën, het goud van het hart, ja zelfs het goud van '
reehtvaardigmaking en onzer heiligheden, zelf ie willen maken, we het af zouden bidden van onzen God? En hoe komt die geest der verdwazing over ons geslacht? Toch niet vanzelf? Toch wel als een oordeel van Hem, wiens het goud is, over onze zonde? Over die zonde, dat de mensch in zijn overmoed het goud van God misbruikt heeft tegen God en niet tot zijn eer. Want als de Heere zegt „Mijne is het zilver en het goud is mijne!" dan bedoelt Hij wel allereerst: „Ik alleen kan het maken!", maar ook tevens wat er naar recht en rechtstreeks uit voortvloeit: „Dus moet het ook strekken en eJienen tot mijn eer." En zie nu maar eens wat de mensch met dat goud van zijn God onze
in stee dat
:
gedaan
heeft.
met het gouderts uit de goudbergeu, dat moest omgetooverd in barmhartigheid en misbruikt is voor weelde, zoo nwiar niet voor zonde, of, kon het roesten, geroest zou zijn in de kist Allereerst
van den vrek. Maar dan ook, vraag eens, wat de mensch gedaan heeft met al dat goud en genie, talent en kennis door God hem in genade geschonken Hoe het, in stee van in Godes dienst geheiligd te zijn, in hoovaardij opgezet, dien God eerst bespotte, toen hoonen dorst, om eindelijk
Hem
te
loochenen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's