Practijk der godzaligheid - pagina 175
167 bijaldien hun hardnekkig; verzet tegen de gereformeerden en hun al veroordeelen van onze gedragslijn, tuiar recht is, dan liït er niets dan o??recht op de wegen der Hervorming, en waren de paden der helden Gods, die als Hervormers optraden, eigenmachtig, revolutionair en dus goddeloos. Wat recht is, hangt aan geen eeuw. En of er sprake valt van de Hervormers, die voor drie eeuwen leefden, of wel dat er sprake komt van het volk des Heeren dat zich in deze eeuw voor het Koningschap van Jezus opmaakt, altoos moet het oordeel naar vasten mt/(tt>taf geveld en die maatstaf hangt uitsluitend aan den ijk dier eeuwige beginselen, die onverwrikt en onbewogen van geslachte tot geslachte ;
bestaan.
Heeft het legitimisme zijn grond in die eeuwige beginselen, dan is de eer dier Hervormers, hoe lief ze ons ook waren, niet lauger te redden, en dient erkend en zelfs met ootmoed beleden, dat deze hooggeprezen mannen metterdaad tegen den Heere zijn ingegjian hun. weg voor zijn weg in de plaats hebben gesteld, en schuldig zijn aan
ook
;
revohiiiojiair bedrijf.
nitgaan; wel in Gods weg majikten, maar door Gods Woord in eere te herstellen ook in het kerkregiment juist een einde dnn valt ook, onherroepelijk maakten aan de hestaahde revolutie; en onweersprekelijk, heel het stelsel van het legitimisme, en is het plicht van 's Heeren volk in den lande, om weerstand te bieden aan die misleide broeders, die ook nu weer, tot zelfs in gereformeerde vormen, datzelfde legitimisme nog eens pogen door te drijven. Dfin mag men voor het vroom geroep dezer broederen niet uit den weg gaan,
Daarentegen, indien de Hervormers en tiiet revolutie in de
wandelden;
vrij
l<erk
—
overmits ze, hoe vroom ook in andere punten, in dit ééue punt zeer 07/vroom liandelen. En moet, mede ter wille dezer broederen, in den geest der liefde zoo lang en zoo indringend het vermaan naar hen uitgaan, tot ook zij ten slotte het oor leenen en hun verkeerd heid inzien en met belijdenis van schuld van hun echt Eoomsche practijk aflaten.
We
van hun Boowsche practijk, want zie, juist de Eoomdie in de eeuw der Plervorniing de gedragiüg der Hervormers luide gispten, en ook nu nog ons gedurig toeroepen, dat we door den schuldigen Hervormeren de hand boven het hoofd te houden, ons medeschuldig maken aan hun revolutionaire schuld. Zij eischen dan ook telkens en met klimmenden aandrang dat we ons oordeel over de Hervormers zuilen omkeeren in zijn tegendeel; van de „gevloekte en verfoeide" in plaats van een „gezegende" Kerkhervorming zullen spreken; en op 31 October in stee van met een gewaad des lofs, veeleer met een zak om de lenden en met assche op het hoofd in Godes voorhoven zullen verschijnen, om te beweenen de schriklijke zelfverblinding die onze Hervormers bewoog, om in schen
zeggen
zijn
het,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's