De leer der Verbonden - pagina 148
!
138 verbond rangschikken, dan is er geen twijfel aan, of een ieder zou onder het Werk verbond thuis brengen, en toestemmen dat het alle eigenschappen van het Genadeverbond mist. Door dus ten aanzien van het Genadeverbond gulle bekentenissen te geven, die op het gewone maatschappelijke leven eveneens en evenzeer van toepassing het
zijn,
blijkt
derhalve,
dat
deze
schijnbaar
zeer
gulle
erkentenissen,
nader bezien, eigenlijk niets te beduiden hebben, en het punt, waarop het aan komt, nog zelfs niet raken. En sterker, krasser nog springt de onbeduidendheid en zelfs het misleidend karakter van deze gulle bekentenissen in het oog, indien ge nu in de tweede plaats (en daar vooral vestigen we de aandacht op van de minnaars der goddelijke waarheid) indien ge nu in de tweede plaats dezen „gullen bekenner van algemeenheden," ook eens aan den tand voelt in zake het Werk verbond. Vrij mag toch gezegd, dat bijna nooit iemand er aan denkt, hoe ook in en hij het Werkverband al datzelfde, letterlijk op dezelfde wijze, van den Heere onzen God is uit te spreken. „Neen, in het Werkverbond droeg Of zou iemand willen zeggen God niet alle dingen door het Woord zijner kracht?" Zou iemand beweren willen: „In het Werkverbond was de aanvang, het midden en het einde niet uit God?" Zou iemand opstaan en volhouden: „De krachten en werkingen die den mensch in het Werkverbond ter beschikking waren gesteld, verkreeg hij buiten God om?" Niemand die er aan denkt, niet waar? :
Uitnemend Maar dan wel
terdege
tenissen
ziet
reeds
omtrent
hoe niet alleen in het Genade-, maar ook Werkverbond, al diezelfde gulle bekenalmogende kracht Gods precies eveneens door-
ge ook, in
de
het
gaan.
ook in het paradijs blijft men aan de immanentie w. z. erkennen en belijden, dat de kracht Gods niet op een gegeven oogenblik den mensch schiep en toerustte met vermogens, om hem nu verder aan zichzelf over te laten, zoodat hij nu zichzelven droeg, en als we het zoo uit mogen drukken, leefde van het hem eens gegeven kapitaal. Dat kan niet; dat weerspreekt ieder; daar wil geen onzer vnn hooren. Neen, de Heere onze God tvas in het paradijs, wat Hij nu is en in aller eeuwen eeuwigheden zal zijn, t. w. een werkend, een almogend, maar ook alomtegenwoordig God, alomtegenwoordig niet enkel met zijn goddelijk oog, dat alles ziet, maar alomtegenwoordig ook met zijn goddelijke kracht, die alle dingen draagt. Er bestaat dus geen de minste twijfel, of toen Eva haar hand ophief en de vrucht nam, en haar hand uitstak en aan Adam van die vrucht gaf, en zij beiden de spieren van hun mond bewogen om die vrucht te eten, het toch in en bij en onder dat alles Godes
Want
niet waar,
Gods vasthouden,
d.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's