De leer der Verbonden - pagina 213
203 VIII.
WIE ONTVANGT HET ZEGEL? Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu is der vuiligheid des liehaams, maar die eene vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus. ook behoudt, niet die eene aflegging
1
Petr. 3
:
21.
Onze scherpzinnige belijder gaat dan aldus voort: „Indien de doop eerst een zegel ware, voor de gemeente, en naderhand, nadat het kind geloofde, ook een zegel voor het kind zelve zoude worden: zoude dan het Sacrament niet van nature veranderen; en zoude men dan niet een derde Sacrament, gelyk een paapsch formsel invoeren? Schoon het kind, dat gelovig geworden is, op het Sacrament, nu ook voor zyn persoon eene betrekking gekregen heeft, als op een Sacrament, dat nu een zegel is, niet alleen voor de gemeente, maar ook voor hem: nogtans blyft de natuur van het Sacrament even dezelfde. Het uitwendig teken, de betekende zaak, de betrekking van het eerste tot het laatste, als een teken en een zegel, blyven even hetzelfde. God is een verzoend God en vader van de gemeente. Wanneer een kind des toorns, door het geloof, op den God der gemeente, ook voor zyn persoon eene betrekking krygt, als op eeneu God, die nu, niet alleen een verzoend vader, voor de gemeente, maar ook voor hem is geworden: daardoor is Gods natuur niet veranderd of een ander God ingevoerd. Wanneer iemand, door het geloof, op het genadeverbond, dat God met de gemeente gemaakt heeft, ook eene betrekking, als op een verbond, waarin hy staat, gekregen heeft, daardoor is de natuur des verbonds niet veranderd, nog een ander verbond ingevoerd. Een verzegelde brief, waardoor een stuk lands aan eenen vader verzegeld was, kan immers ook eene verzegeling worden voor den zoon, nadat hy erfgenaam van zynen vader is, om daarmede zynen eigendom aan dat land te verdedigen, zonder dat de minste verandering in de nature van dien brief gemaakt is. Neem eens de bovengemelde gelykenis. Wanneer die ryke man, een van die drie zonen, aan welke hy de goederen, ingevolge de verzegelde belofte aan den vader gedaan, geven wilde, nader aanwees: zo mogte die zoon denken, dat de verzegeling, die hy zynen vader hadt te huis gebragt, nu ook eene verzegeling voor hem was, waarmede hy zyn regt, op dat goed, verdedigen konde. Nogtans veranderde daardoor de natuur van die verzegeling niet, maar bleef in alle delen dezelfde. Het was maar openbaar gemaakt, dat deze, een van die drie zonen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's