De leer der Verbonden - pagina 91
81
Y.
SPOREN IN HET PABADIJSVERHAAL. Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door welke wet ? Van de werken ? Neen, maar door de wet
des geloofs.
Rom.
3
:
27.
Thans staat ons aan te toonen, dat in het verhaal van Genesis metterdaad de bestanddeelen van het Werkverbond aanwezig zijn; al is het schoon dat de naam er van niet wordt genoemd. Men merke er toch wel op, dat in de geschiedenis van het paradijs evenmin opzettelijke vermelding geschiedt van het „Genadeverbond." Met geen woord zelfs wordt van zulk een verbond in Genesis 3 gewag gemaakt. En dat niettegenstaande een iegelijk belijder des Heeren Jezus toch immers met ons staande houdt, dat het Verbond der genade niet eerst in de wereld kwam op Golgotha, en evenmin pas bij de eikenbosschen van Mamré, maar dat het teruggaat tot op den aanbeginne der wereld, zóó dat alle geloovigen van het begin der Schepping af geen andere zaligheid ontvangen hebben, dan die uit dit Verbond der genade vloeit. Vindt men er nu niets vreemds in, om aan de oprichting van het GenadeYQYhonA reeds in het paradijs te gelooven, niettegenstaande in Genesis 3 alle opzettelijke vermelding van zulk een verbond ontbreekt, wat vreemds, zoo vragen we, zou er dan in gelegen hebben of nog in liggen, dat evenmin de naam van het Verbond der werken uitdrukkelijk vermeld staat, indien maar blijkt dat de zaak van het Verbond aanwezig was? Men blijve zich zei ven toch gelijk en mete toch met geen twee maten. Zegt ge eenmaal: „Ik geloof niet aan het bestaan van een verbond met Adam, tenzij ge mij dit met naam en toenaam in Genesis 3 aanwijst!" het zij zoo, maar dan moet ge ook zoowel het Genadeals het Werkverbond loochenen, Doet ge dit daarentegen niet, en zegt ge: „Neen, zeker loochen ik het Genadew QxhoTiA in het paradijs niet, ook al is het, dat het niet opzettelijk vermeld zij," welnu, dan mist ge ook elk recht, om op grond van even diezelfde niet-vermelding het bestaan van een Werkverbond in datzelfde paradijs te ontkennen.
Toch moet
hier nog iets bij. begrijpen namelijk best, dat iemand, ook al voelt hij de klem van dat betoog, dan toch nog de vraag opwerpt: „Maar hoe komt dit dan toch? Indien aan de oprichting dezer verbonden in het para-
We
V
6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's