Nadere verklaring - pagina 19
17 en
meen,
ik
de
dat
wanneer
vergist,
geachte afgevaardigde
Kuyper
zegt, dat dr.
hij
uit
juist
Groningen zich
van zoo
iets
een
stelsel heeft gemaakt. Deze heeft de bedoelde vletten slechts aangevoerd ten bewijze, dat wat in het algemeen de wet onderstelt als geoorloofd, niet plotseling geheel ongeoorloofd en schan-
kan
delijk
zijn
toepassing
bij
een bepaald geval. Dit alles
in
met de eer van den staatsman als zoodanig niets te maken. Het is een opvatting van Regeeringsplicht, waarover verschil van gevoelen kan bestaan. Geheel iets anders is wanneer men onderscheidingen voorspiegelt voor handelingen, die geschieden moeten ten bate eener partij. Dan koopt men partijdiensten met landsgeld. Hoever de heeft
identificeering
danige
van
handeling,
geworden,
algemeen
valt
onder de strafwet,
zij
zouden
ook
landsbelang
en
partijbelang al
zulke
is
handelingen ons land doen
dalen tot de laagte van enkele Staten, die ik hier niet
Maar
noemen
zal.
Kuyper zich schuldig gemaakt aan die hande-
heeft dr.
lingen?
Naar mijn
kennen kunnen
de
feiten.
die
gaat, zoo-
corruptie, en,
feiten
overtuiging
Nemen
zoodanige
antwoord die
wij
in
neen. Wij
ik beslist:
onderling
verband, dan
vermoedens opleveren, dat
zij
de
mogelijkheid van de ten laste gelegde feiten aantoonen. Een be-
door vermoedens
wijs
maar kan
volstrekt niet altijd een
is
veel sterker zijn
zwak
bewijs,
dan een bewijs door getuigen
;
doch
leveren slechts dan een bewijs, indien de feiten in onderling
zij
in redelijken zin niet anders kunnen worden uitgelegd door aanneming van schuld. De ons bekende feiten echter kunnen zeer wel zonder aanneming van schuld worden verklaard, ik ga verder: ik meen, dat ze ook alszoodanigmoeten worden verklaard.
verband
dan
De onderscheiding of zijn vrienden
van
zoo
gegeven
is
onderscheiding
een
zeker
een
zou
groote
zijn
voor een handeling, die zeer
verdiende. Dat
geprovoceerd,
som
voor
het
zij
door den Minister Het geven
blijkt uit niets.
beoogde doel
is
iets,
dat
door ieder Nederlander van harte zal zijn toegejuicht. Nu later bezwaren gerezen tegen den persoon van den gedeco-
zeker zijn
Of ze juist zijn, weet ik niet. Stel ze waren gegrond, moest de Minister die destijds kennen? Het was, meen ik, onnoodig om bij de., burgemeester te voren een onderzoek in te stellen, gelijk ook dr. Kuyper heeft beweerd. Maar nu wil ik toch de aandacht hierop vestigen, namelijk, reerde.
dat
de
geheele
Amsterdam
niet
waaronder toch mannen, die in onbekend waren, met die decoratie instemden,
Ministerraad,
men zoo weinig kwaad van den gedecoreerde
en
dat
uit
hun midden, en nog wel door den Minister van Buitenland-
wist, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's