Heils termen - pagina 220
210 liefde Gods zoekt ge in de Schrift vrucliteloos. Schrift de volheid van Gods liefde uit het denkwordt in die Nooit uit het afgetrokken ideaal van liefde afgeleid. begrip, uit het beeld, zwevende, maar onwezenlijke, zou aan de volle energie van dit Door onmetelijk onnaspeurbaar diepe en krachtige liefde worden te Gods kort gedaan. Neen, in stede van bespiegeling en afgetrokken begrip te geven, slaat de Schrift het boek zelf des levens open; waarin de hand des Scheppers de trekken zijner eigen liefde afschaduwde, toen Hij „ze beiden, man en vrouw, schiep," toen Hij der leeuwin de hartstocht voor haar welpen, en aan de lammeren der kudde de gehechtheid voor den herder als met het eigen levensbloed inschiep, Yan daar de schetsing dier tooneelen, niet in het voorbijgaan, maar uitvoerig, niet een enkel maal, maar gedurig; vandaar zelfs een geheel boek der Heilige Schrifture aan de volle ontplooiing dier heiligste en heerlijkste, dier reinste en teederste liefde gewijd. En dan vragen we, als zoo de liefde Gods ons geopenbaard wordt, niet in een ontleding van koude begrippen, maar als een uitgieting van volle liefdestroomen; niet met de oppervlakkigheid der heidensche wijsbegeerte, maar met den vollen levensgloed, die in Israël tintelde als de Schrift u tot aanbidding roept, niet van een zichzelf vernietigend ideaal van afgemeten liefde, maar van een levend God, die uit het volle hart u toespreekt: „Ik heb lust aan u, gij zijt de mijne;" of het dan niet uit Gods eigen wezen en uit den aard zijner liefde
Een betoog over de
;
—
onmiddellijk voortvloeit, dat Hij óf in Welbehagen zichzelf gelukkig weet, of in Ontferming opwaakt om het Hem ontzonken schepsel weer op te heffen.
XIIT.
ONTFERMING OM DER ZONDE WIL, EN TOCH EEUWIG. In mijn
Welbehagen
ontfermd.
heb Ik mij over u Jesaia 60
:
10b.
Na het verschil dat we tusschen Ontferming en Welbehagen aanwezen, rest ons ten slotte nog de eenheid op te sporen, die beide uitingen van het leven Gods verbindt. Keeds de godspraak van Jesaia, die we hierboven schreven, toont welk dit verband zij in den diepsten grond is het „Welbehagen" Gods de vaste bodem, waarop ook zijn „Ontferming" rust, het „Welbehagen" is de bron waaruit ook de :
„Ontferming"
voortvloeit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's