Het heil ons toekomende - pagina 173
163 hiermee niet een Farizeesch: „Ga van mij uit, ik hen dan gij!" bedoeld is, als zou men de millioenen, die op aarde leven zóó kimnen indeelen, dat eenerzijds zij werden saam-
vanzelf
dat
heiliger
wereld der ongeloovigen uitmaken, en aan den. de wereld der geloovigen vormen. De tegenstander van Gods Woord meent wel dat we alzoo oordeelen, maar het is niet zoo. Zoo dikwijls die Montanistische, Donatistische of Labadistische dwaling zich vertoont, wordt ze onveranderlijk door de Christelijke kerk bestreden, nooit gekweekt. Ons oordeel is veeleer omgekeerd, dat tot de wereld der ongeloovigen alle menschen zonder onderscheid behoorden, de bekeerden ingesloten. „Heere, ik geloof, kom mijne owgeloovigheid te hulp!" is de zielskreet, waarin zich de ervaring uitspreekt, dat ook de geloovige de wereld des ongeloofs nog in zich draagt, en zich dus nooit boven de anderen verheffen mag, maar zich met hen te werpen heeft onder één gemeenschappelijke schuld. Wilde men dus indeelen, dan zou men ter eener zijde de ongeloovigen moeten nemen, en ter anderer zijde hen in wie ongeloof en geloof saam gevoegd,
die
anderen
kant
de
zij
die
ontstaat juist uit die samenwoning en door den dood worden die twee elementen volkomenlijk gescheiden. En mits men dat in het oog houde, vragen we met volkomen gerustheid aan eiken kenner van het leven, of niet in elk land en gewest, in elke stad en dorp, in eiken familiekring en in elk gezin zelfs zich het verschil tusschen geloovigen en ongeloovigen, én in gedraging, én in wijs van zich uit te drukken, én in smaak, én in de genietingen, die men najaagt, én in levensbeschouwing zoo scherp afteekent, dat metterdaad de uitdrukking van twee afzonderlijke werelden niet te sterk is. Hierbij voegt zich een tweede verschijnsel, t. w. dat de kring der geloovigen vergelijkenderwijs zoo klein is. Schat de bevolking dezer wereld op duizend millioen, en neem aan dat zich deze bevolking in het verloop eener eeuw driemalen vernieuwt, dan komt men tot het resultaat, dat er in deze eeuw drie duizend maal duizend duizenden op deze aarde zullen leven. Van deze heeft men nu al aanstonds twee derden af te zonderen, die als afgodendienaars of Mahomedanen buiten den Christus staan. Van het overblijvend één derde in Europa en Amerika mag men zonder overdrijving zeggen dat wederom eenderde geboren wordt, leeft en sterft, zonder ooit anders dan oppervlakkig met den Naam van Christus in aanraking te zijn gekomen. Onder degenen, die dan nog overblijven, vindt ge er duizenden bij duizenden, die hun kennis van Jezus' Naam slechts gebruiken om Hem te beAvoont.
Alle
geestelijke
niet in dit leven,
maar
strijd
eerst
Die dit niet doen, vallen nogmaals uitéén, in hen, die op dwaalwegen verdoolden en dezulken, die zich onveranderlijk houden aan Gods heilig Woord. En splitst men nu de laatsten nog wederom in hen, bij wie dat Woord leven wordt en dezulken, bij wie het uitwendig bleef, in trouwe, dan durven we haast de cijfers
strijden. allerlei
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's