Het heil in ons - pagina 132
123 Bij wat we in de 9de plaats noemden: het danken voor de in Christus ontvangen verlossing, houden we ons zelfs geen oogenblik op; en onze bestrijders mogen zelven toezien, hoe ze den nog onwedergeboren mensch; voor verlossing, voor verlossing in Christus; voor verlossing in Christus danken laten. En wat nu ten slotte de eigenschap aangaat die we ten 10de noemden: het dienen van God in den geest, of, gelijk Paulus zegt: „Zoo dien ik dan zelf met het gemoed de Wet Gods", hierbij komt het natuurlijk alleen aan op de vraag, wat „dienen van de Wet
Gods" is. Daarop nu antwoorden we: Dienen, God dienen, is God als zijn Heere erkennen, gelijkelijk zijn eigen niet en Gods hoogheid belijden, en, ook al gaat het buigen van de stijve, stroeve, stramme leden ons nog maar kwalijk af, toch aan dat nederbukken lust hebben en, ondanks de
die het veroorzaakt, dat buigen toch zoolang doorzetten, ons leven, ook al knielen we in het uitwendige nooit, van binnen en in de wereld onzes harten „één leven op de knieën" worde en God groot in onze kleinheid; ja, God God in onze verloochening van ons zelven zij. tot
pijn,
heel
En acht men nu soms ook hiervan, dat dit behagen hebben in wat nederig en klein is, en dit hellen naar wat ons eigen ik in de diepte neêrtrekt, en dit willens en met opzet creatuur, „schepsel", d. i. tiiets voor of tegenover God zijn (dan door Hem en naar Hij wil) acht men soms, zoo eindigen we dit overzicht, dat óók dit den onbekeerde
—
in den on wedergeborene natuurlijk of, wil men, den natuurmensch aangeboren is, dan zouden we waarlijk tot de erkentenis moeten komen, dat de wateren waarin deze zielkenners eigen,
—
lijken
hun
polsstok deden glijden, geheel andere wateren zijn dan die waarin ons dieplood neerlieten. Althans, de schijnvromen nu uitgezonderd, hoorden wij het refrein van: „Als ik zwak ben, dan ben ik krachtig", in het triomflied der kinderen dezer eeuw nog nooit. wij
XII.
NIET LAGER,
MAAR HOOGER DAN DE MASSA! Ik weet, dat in mij, dat geen goed woont.
En nu dan
over
zin ten besluit.
Eomeinen zeven nog een woord
is
in
in mijnvleesch,
Rom. VII
:
18.
meer algemeenen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's