De leer der Verbonden - pagina 36
26
dankbaar te belijden en te erkennen dat die „raad'* in plaats van één twee dingen bevat: 1. de einduitkomst van ieders eeuwig lot;: en 2. heel het samenstel van middelen, waardoor die einduitkomst wordt verwezenlijkt. En dat „samenstel van middelen** nu, die vormen het Verbond.
VI.
DE VERBONDSSLUITING EN GODS BARMHARTIGHEID, Gelijk een
man met
vriend spreekt. Exod. 33 11.
zijn
:
De
„raad Gods", zoo bleek ons dan, bestaat volstrekt niet alleen een eindbepaling over ieders persoonlijk eeuwig lot, maar bevat en omvat tevens geheel het bestel van de middelen, de tusschenoorzaken en instrumenten, door wier werking die uitkomst z^l worden verkregen; en het „samenstel dier middelen nu, zoo beweerden we, ligt saamgevat in den vn\ Gods tot stichting van een verbond.*' nu de beteekenis van dit „Verbond van God met schepselen'* wel te doorgronden, is ons voor alle dingen van noode, dat we een oog krijgen voor de nederhuigende goedertierenheid Gods, die zich in deze Verbondsstichting uitspreekt. Er kan geen verbond worden gesloten tusschen God en zijn schepsel of die hooge, levende God moet zich zeer diep nederhuigen. Dit ligt in den aard van het verbond. Een verbond toch is ondenkbaar tenzij tusschen ongeveer gelijken. Een verbond is de wederzijdsche verbinding op het woord van eer en trouw tusschen de zoodanigen, die over en weer met elkaar handelen kunnen. Zoolang men dan ook bij de Verbondssluiting van God met zijn schepsel dit „nederbuigen Gods" voorbijzag en staren bleef op Godes eeuwige, goddelijke majesteit, is het volkomen begrijpelijk, dat men dacht en uitsprak: „Och, eigenlijk was het toch slechts een verbond in schijn; een verbond van éénen kant (unilateraal); gelijk men het noemde; maar wezenlijk bestond en bestaat dit verbond niet!" Men zal toch toestemmen, dat te spreken van een éénzijdig verbond even ongerijmd is als te spreken van een huwelijk niet tusschen man en vrouw, maar alleen van een man. Behoort het eenmaal tot den aard en het wezen van elk verbond, dat er twee zijn, die onderling verbonden worden, dan kan er uiteraard in geen ernstigen zin van een verbond sprake wezen, indien het verbond slechts van éénen kant zou komen. Een verbond van éénen kant is geen verbond. En het is ontwijfelbaar, dat niets zoo zeer als dat telkens wijzen op een „eenuit
Om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's