De leer der Verbonden - pagina 109
99 en zoo den stempel ontvangen als het gezag der overheid. dienovereenkomstig vinden we dan ook in de Mozaïsche verbondssluiting een bond niet met eenlingen maar met een volk\ voor dat volk belofte van nationale zegeningen; en ter vervs^erving van die zegeningen verbondswetten van zedelijken^ kerkelijken, maatschappelijken en staatkundigen aard. Wetten wier niet nakoming dan ook de wegvoering in ballingschap ten gevolge had. Al deze wetten nu dragen noodzakelijkerwijs het wettisch karakter in zooverre alle overheid naar recht handelt en zich niet regelt naar karakter
Welnu,
genade. tevens volgt, dat de gulle toestemming door het volk verbond gegeven, en de belofte om dienovereenkomstig te leven, hierop neerkwam, dat het volk zich verbond om als volk niet met de heidenen mee te gaan, en evenmin voor zich zelf te bestaan, maar als volk God den Heere te dienen. In dien zin is het dan ook dat van sommige koningen van Juda in de Heilige Schrift nu en dan verklaard wordt: „Zijn hart was volkomen met den Heere", al blijkt uit het eigen geschiedverhaal, waarin dit voorkomt, dat zulk een koning alleszins Gods wet Iets
aan
waaruit
dit
overtrad. lette men nu wel op, in dit zijn nationaal bestaan tevens type van den Messias, die komen zou. Het doelde in zijn volksleven nog op iets anders en heiligers dan op zijn eigen tijdelijk bestaan. Vandaar dat heel zijn wetgeving een profetisch kanikter droeg en heenduidde op een heiliger en hooger koninkrijk, waarvan Israël nog slechts de gebrekkige afschaduwing was. De afschaduwing wel te verstaan, niet door een enkele of meerdere cere5*'.
was
Maar, en hier
Israël
neen maar een afschaduwing door heel zijn existentie als dus met inbegrip van zijn overheid, zijn verbondsconstitutie en de wet waarnaar die overheid het volksbestaan had te regelen. Heeft dus het wettisch karakter van de nationale bestuursregeling op zich zelf niets met het verbond der werken te maken, wel terdege raakt het het genadeverbond; en dat wel doordien het de zenuw was van het Israëlietisch volksbestaan; in welks nationale existentie het type voluit stond afgedrukt van Hem die als Hoofd en Inbegrip van het genadeverbond heel dit verbond beheerscht. 6. En nu eerst na aldus én de nationale én de typische beteekenis van het Sinaïtisch verbond op den voorgrond te hebben gesteld, nu eerst kunnen we komen tot de beteekenis van dit verbond voor den weg der zaligheid en het geestelijk leven van den enkele. Want dit voelt een ieder, ook al is de nationale schakel slechts een der vele schakels van de openbaringsketen, en ook al droeg Israël slechts het type van Hem die komen zou, toch heeft God, die ons die Openbaring gaf, inmiddels niet met de zonen en dochteren Israëls gespeeld. Ook zij waren menschen; menschen onder wie God
moniën; volk
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's