Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 46

2 minuten leestijd

!

!

!

33 dag

een

noodig,

bijzonderlijk wil

des

Heeren,

werken en

d.

wij

i.

een dag waarop de Heere zeer

zullen zijn.

stil

zijn deze twee gelijkelijk waar: De Sabbat schikt er en alleen het in den ons in den Geest te brengen, Geest zijn maakt den Sabbat voor den Christen tot waarheid. En dan ja, als die beide saamvallen en elkaar aanvullen, dat de Sabbat ons met zijn stillen vree omringt en wij in den Geest mogen zijn, dan hooren we achter ons die stemme als van een bazuin, zoo helder en zoo doordringend, en smaakt onze ziel die heilige gemeenschap, dat Hij weer zijn rechterhand op ons legt en ons zoo teederlijk toespreekt „Yreest niet, want ziet, ik ben ook zelf dood geweest, maar ik leef, ja, leef nu in alle eeuwigheid, en de sleutels der helle !" en des doods houdt niemand dan ik o. Dan is het Sabbat om en in ons Dat is „reeds in dit leven den eeuwigen Sabbat aanvangen." Die Sabbat, steeds vermenigvuldigd, zij voor al Gods kinderen de bede onzer ziel

En daarom om toe,

zich

:

XII.

€cn booUe

atitrer.

Zij zijn als een toestopt.

Er

spreekt

heiligheden, of

ontzien,

overal

uit

de

waarmee Hij den alles

H.

doove adder, die hare ooren Psalm 58 5. :

die hooge moed van Gods hoogen mensch, zonder sparen hem te vernederen, te breken en

Schrift

trotschen,

zeggen durft,

om

in het stof te werpen voor de goddelijke majesteit. Zoo ook hier in Psalm acht en vijftig, waar God den zondaar het aanzegt: „Eigenlijk, welbezien, zijt ge niets dan een doove adder!'"

Een adder Een onooglijk,

afstootend dier, dat onwillekeurig afschuw wekt; waarvoor men uit den weg gaat; waarvoor men de kinderen waarschuwt, zeggende: „Raak ze niet aan!" „Addergebroedsels!" is het woord, het snijdend harde, scherpe woord van Jezus' lippen opgevangen, waarmee hij de Earizeën terug sloeg en ontmaskerde. „Arglistig is het hart, ja doodelijk, wie zal het kennen!" roept de profeet uit.

En is,

die

hier heet het bij gif

spuwt,

die

den psalmist, dat de goddelooze „een adder" venijn achter de tanden heeft, en steekt en

wondt en den dood brengt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's