Honig uit den rotssteen - pagina 278
264
om mee te dwepen, om overspanzonder heugenis zelfs van leed. bidcel meer. Zelfs in huis wordt het te stil Er uit, naar de straten, naar de gelagzalen, naar de lustprieelen, naar de schouwburgplaatsen Het moet alles met het schijnsel van een kunstlicht o verdropen. Misleidende Meeding zelfs. Ja tot het eigen aangezicht en de haren des hoofds moeten met een valschen schijn anders vooraarde
schijnt, alles genieting, alles
nen te Geen
zijn,
!
!
komen dan
ze werkelijk zijn.
En
de Christenen och, eerst worstelden ze tegen. Ze leefden afgezonderd. Ze meden die bedwelmde en bedwelmende wereld? Maar nu, helaas, nu doen ook zij meê. Er is een kruis ie dragen, dat weten we. Maar nu dragen ze bloemen aan, en wordt dat kruis overdekt met rozen. De diepe trek van ernst wordt weggestreken onder een lieve blijmoedigheid. Welhaast ook onder hen diezelfde, zij het nu ook geestelijke overspanning Een andersoortige, maar op zichzelf even wezenlijke bedoeling Houdt mij toch op met dat prediken van de wet, en dat spreken van de hel, en dat ontblooten van mijn naaktheid, en dat waarschuwen voor verdoemenis Van dat plassen in die „modderkuilen," zooals men dit spottend noemt, wil men niet meer hooren. Neen, alles moet lief, moet lachend, moet juweelig wezen. A. verklaart B. voor „heel lief" en B. vindt wederkeerig A. „heel lief," en zoo wordt het een kring van enkel „heel lieve menschen." En natuurlijk onder zulk een kring van engelen op aarde lacht men even gul, zij het ook met andere drijving der ziele, over de werkelijke ellenden en nooden des levens heen. !
.
.
.
.
!
!
!
Totdat ....
God de Heere dan tusschen beide komt. Woord gezegd heeft: „Zeventig, tachtig
Hij, die in zijn
uitnemendste van die die daarover heenlazen of
het
komt maken, uit is
stooten: het,
is
tot
„Ja,
is
moeite
jaren; en en verdriet!" en die aan ons,
daarmee lachten, nu dit zijn woord waar we het voelen, en in onze zielsbeklemming het er God had toch gelijk, moeite, moeite en verdriet
het uitnemendste wat ik
vond!"
Zonderling zooals God dat doet. Soms laat Hij een mensch jarenlang voortleven, dat die mensch wel hoorde van zijn vriend die onderging en van dien kennis, die er zijn levensgeluk bij inschoot, maar hij dacht altoos maar; „Dat was maar niet uit te krijgen uit zijn zijn uitzonderingen !" en hij ingebeelden droom. Het was hem gezegd Zoo is het ! Hij had het slag op slag aan anderen gezien: Zoo komt het dan toch maar! Maar nooit maakte hij de toepassing op zich zelf. Tot God de Heere dan eindelijk ook aan zijn deur klopt, en het harde kruis ook voor zijn voeten legt, en nu ook zijn hait breken. :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's