Het heil in ons - pagina 212
202 in de leer van het eeuwige Woord; en was voor den apostel Paulus het uitgangspunt voor de bijzondere zending, die hem bij het gezicht
van Damascus voor de heidenwereld was toevertrouwd. Het groote mysterie, de machtige verborgenheid waarvan hij telkens gewaagt, dat ze in vorige eeuwen niet is ontdekt geweest, maar nu geopenbaard aan zijn heilige Apostelen en Profeten, t. w. dat ook de heidenen medeërfgenamen zijn en deelgenooten van hetzelfde lichaam, bestaat juist in het inzicht, dat de bijzondere Openbaring van Israël en deze algemeene Paradijs-openbaring voor alle volkeren twee stroomen zijn van eenzelfden oorsprong, die een tijdlang een eigen bedding hielden, maar bestemd waren om in Christus, de volstrekte openbaring Gods, weer saam te vloeien.
Waarom
dat mysterie zoo gewichtig was, springt in het oog. eerst daardoor bleek het, dat God, met zich een eigen te zonderen, niet gewanhoopt had aan de behoudenis zijner
Immers
volk af schepping; dat ook de volkeren in hun afval den raad Gods gediend hadden; en dat het groote werk, dat Hij in Israël tot stand bracht, slechts zoo lang omheind en afgeperkt bleef, als noodig was om Israëls vrucht voor de wereld van al Gods volken en natiën te
doen rijpen. Die Paradijs-overlevering was ook de wortel, waarop de afgodsdienst onzer Europeesche en Germaansche voorvaderen was opgeschoten. Dit maakte het den mannen, die in onze landen het Evangelie predikten, mogelijk, zich aan veel in het godsdienstig bewustzijn onzer vaderen aan te sluiten. De vormen wisselden. Voor het valsche kwam het ware, voor het vervalschte het oorspronkelijke terug, maar de diepste grondtrek bleef. En zoo is door den loop der eeuwen heen, bij de groote massa, die wel gedoopt, maar nooit tot Christus bekeerd werd, in de dagen van Komes overheersching niet, maar ook niet in de dagen der Hervorming, nog steeds diezelfde kracht werkzaam, die, hoe verbasterd en ontaard dan ook, de algemeene noties van den God der Schepping levendig houdt. Hoe Yeel heeft het gekost
ouder een denkbeeld, des te onuitroeibaarder. gansche kringen onzer maatschappij de gronddenkbeelden van het Christendom uit te roeien. Toch waren die slechts acht a negen eeuwen oud, in sommige deelen van ons land nog: minder. Maar nog andere moeite zal het kosten, de denkbeelden van een Godheid der Schepping, van een oordeel en een bestaan na den dood uit te roeien. Die denkbeelden dagteekenen ook voor onze maatschappij niet van acht a negen, maar van tientallen van eeuwen. Ze zijn daardoor in het leven zelf als ingeweven, glurend door de taal die we spreken, en verraden in een onbewaakt oogenblik hun tegenwoordigheid zelfs bij den wijsgeer, wiens wijsheid in het loochenen
van Gods aanzijn
Ook
bestaat.
kleinood te gebruiken. dit
bij
heeft de Christelijke
Kerk
te
bewaren,
te
eeren,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's