Dat de genade particulier is - pagina 148
138 hoeverre Adam van dit ontzettende van zijn misdaad voorat kennis droeg „door expresse goddelijke openbaring," kan niemand zeggen. Daarvan toch is ons niets bericht. Maar wel weten we, dat Adam vóór zijn val zelfs in het leven der dieren een zoo onmiddellijk instinctief inzicht had, dat we op grond der Schrift, zeer stelliglijk getuigen kunnen, dat Adams intuitief weten zeer rijk was en zeer ver ging. En overmits het nu met Gods rechtvaardigheid niet strooken zou, indien men onderstelde, dat God de Heere ook maar één middel onbeproefd zou hebben gelaten, om Adam van zijn schrikkelijke ongehoorzaamheid af te schrikken, zoo mag niet alleen ondersteld, maar moet aangenomen, dat Adam wel terdege intuitief, dat is door onmiddellijke kennis, wist, dat in zijn val heel de reeks millioenen van zijn nakomelingen met hem zou vallen, en evenzoo dat de val van den mensch tevens de val van de wereld en van heel de zichtbare schepping zou zijn. En als ge in dat licht u dan nu Adams overtreding voorstelt, als van één, die, door zijn God op het heerlijkst bevoorrecht en beweldadigd, in dat prachtige paradijs, waar alles blonk en alles zong, de ontzettende gruweldaad begaan kon, van, om een nietigheid, ja, om een beet in een geringe iDoomvrucht, maar in dien beet uit bittere, ontembare hoovaardij, het aandorst, om met één greep die duizenden en millioenen wezens in den eeuwigen dood te storten en heel Gods prachtige schepping in brand te steken, niet waar, dan treedt, heusch, die daad van Adam niet meer voor u in 't licht van een nauw noembare zonde, maar dan wordt ze u wel waarlijk de booswaar geen menaardigste en ontzettendste uiting van gewetenloosheid schelijke taal u een woord voor te noemen heeft; en waar alleen een God, wiens neusgaten rooken van verbolgenheid, zoo tegen toornen kan, als er tegen zulk een ijslijke misdaad getoornd moet worden. Waarom gruwt reeds ons het hart zoo sterk en zoo doordringend tegen een vader of moeder, die zich zedelijk misdragen en wegwerpen? Is het niet, omdat we weten en zien en tasten, dat ze hun kinderen in dien zedelij ken val meetrekken en, zoo God het niet verhoedt, in den moord, aan hun eigen ziel gepleegd, de ziel ook van hun kroost ver-
In
volledig-e
—
;
derven ? En wat geeft u recht, om dat dien ontaarden vader toe te rekenen? Is het niet, omdat ge zelfs nog bij den diepst gezonken man onderstelt, dat hij in zijn zondigen staat die verantwoordelijkheid voor over heen zijne kinderen wel moet gevoeld hebben, en er toch werkte ? En indien ge dan nu, in den nu zoo diep gezonken toestand van ons geslacht, zulk een, zij het ook zwak, besef van verantwoordelijkheid zelfs bi] den diepst gezonkene nog onderstelt, zeg zelf, gaat het dan aan, u Adam voor te stellen als een die daar niets van voelde? Of erkent ge ook niet zelf dat het intuitief besef bij den nog heiligen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's