Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 79

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 79

2 minuten leestijd

I.

GEEN NIETSDOEN, MAAR PRACTIJK. Daarom

richt

weder op de trage handen en

de slappe knieën.

Hebr. 12

:

12.

Misbruik dient tegengegaan. Dan vooral, indien het zich vergrijpt aan het heilige; en onwaar spel speelt met het Woord van God. Van tweeën één men erkent de geschrevene Schrift als Gods Woord, :

of wel, men verwerpt haar als zoodanig. Doet men in euvelen moede het laatste, dan kan de gemeente des Heeren met zulk een wijze dezer eeuw niet verder voort. Immers de Schrift, als het einde van alle tegenspraak, is dan opzij geworpen. En terwijl de Satan in de verzoeking van Christus het nog niet eenmaal aandorst, om te zeggen: „Men kan op hetgeen er geschreven staat, niet onvoorwaardelijk aan", is zulk een nieuwmodisch tegenspreker dan reeds zóó ver voortgeschreden, dat „geschreven of niet geschreven'* er voor

hem

niet

meer toe

doet.

droeve standpunt, te wraken als onzedelijk en onoprecht, is het intusschen, indien b. v. een prediker, die zoo spijtige gedachten over de Heilige Schrift koestert, dan toch zich nog in zijn prediking aanstelt, als viel er uit elk woordeke en uit elke zinsverbinding in den gekozen tekst, met bindend gezag te argumenteeren. Dat toch gaat natuurlijk uitstekend op bij een prediker, die nog persoonlijk belijdt en gelooft, dat de inhoud van zijn tekst in die bewoordingen en in dat verband gewaarmerkt is door God den Heiligen Geest. Maar heeft slot noch zin voor een leeraar, die wel aanneemt, dat zulk een brief of profetie oorspronkelijk onder zekere heilige bezieling uit de pen kwam, maar het er tevens voor houdt, dat de teboekstelling eiken buitengewonen waarborg van zekerheid mist. Zegt b. V. de heilige apostel Petrus op den Pinksterdag: „Want u

Te wraken

op

dat

>

komt de belofte toe en uwen kinderen'\ dan valt uit die bijvoeging^ „en uwen kinderen" een onnoemlijke troost af te leiden, bijaldien ik weet, dat dit zeggen: ,,en uwen kinderen" van God herkomstig is; is de schare en zichzelf misleiden, indien men eerst in zijn. Schriftbeschouwing dien waarborg opheft, en dan toch er over preeken gaat, als stond op dat woord het goddelijk ijkmerk wel. Maar nog erger wordt dit misbruik, indien de tegensprekers en verwerpers van het volstrekte Schriftgezag, ter staving van hun eigen.

maar het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's